Wanneer de bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel kan worden gebruikt, dient de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie op een andere wijze te worden aangetoond:
Partijkeuring (AP04, SIKB BRL1000, protocol 1001 [21]);
erkende kwaliteitsverklaring;
fabrikant-eigenverklaring;
bodemonderzoek mits dat voldoet aan een van de volgende de onderzoeksstrategieën, bedoeld in NEN 5740;
onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem (TOETS-S);
onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem op grootschalige locaties (TOETS-S-GR);
onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof (KEU-I-HE).
waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 [22].
Andere onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 kunnen niet gebruikt worden erkend bewijsmiddel van de kwaliteit van de grond. Deze bodemonderzoeken kunnen enkel in combinatie gebruikt worden met formulier toets herkomst en de bodemkwaliteitskaart.
Voor het toepassen van grond of baggerspecie op uitgesloten locaties en gebieden dient de kwaliteit van de ontvangende bodem vastgesteld te worden. Om de kwaliteit van de ontvangende bodem vast te stellen zijn de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit:
onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV);
onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte locatie (ONV-GR);
onderzoeksstrategie bij een onbekende bodembelasting (ONB);
onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem (TOETS-S);
onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem op grootschalige locaties (TOETS-S-GR);
onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof (KEU-I-HE).
Bij de bovenstaande onderzoeksstrategieën kan onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater en de kwaliteit van de grond van de ontvangende bodem, die zich bevindt op 0,5 m-mv en dieper, achterwege blijven.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.3
Overige erkende bewijsmiddelen
Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Deurne