Naar hoofdinhoud
1.. De aanslagen onroerendezaakbelastingen, bedrijveninvesteringszone, rioolheffing en afvalstoffenheffing worden voor zover van toepassing gecombineerd opgelegd op één aanslagbiljet. 2.. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moeten de aanslagen worden betaald in vier gelijke termijnen waarbij de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand van dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede en volgende termijnen telkens een maand later. 3.. In afwijking van het tweede lid moeten de aanslagen die binnen het van toepassing zijnde belastingjaar worden opgelegd met een dagtekening 1 september en later, worden betaald in drie gelijke termijnen. 4.. In afwijking van het tweede en derde lid moeten aanslagen zolang en voor zover de totaal verschuldigde bedragen daarvan door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand vermeld in de dagtekening van de aanslag nog maanden in het kalenderjaar resteren, met dien verstande dat; het aantal termijnen ten hoogste tien bedraagt indien de aanslag binnen het van toepassing zijnde belastingjaar wordt geïnd; voor aanslagen die met een dagtekening na 1 september van het van toepassing zijnde belastingjaar worden opgelegd bedraagt het aantal termijnen drie; 5.. Indien de automatische incasso als bedoeld in het vierde lid gedurende twee maanden niet mogelijk is, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de termijnen als bedoeld in het tweede en derde lid. 6.. Automatische incasso is alleen mogelijk voor aanslagen waarvan het aanslagbedrag niet meer dan € 5.000,- bedraagt. Aanslagen hoger dan € 5.000, - moeten worden betaald binnen de in lid 2 en 3 gestelde termijnen. 7.. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel