**1..** Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm:
**2..** De toepasselijke bijstandsnorm bedraagt voor toepassing van lid 1;
voor gehuwden de norm genoemd in artikel 21 onder b van de wet (exclusief de vakantietoeslag);
voor alleenstaande ouder 90% van de norm genoemd in artikel 21 onder b van de wet (exclusief de vakantietoeslag);
voor alleenstaande 70% van de norm genoemd in artikel 21 onder b van de wet (exclusief de vakantietoeslag).
**3..** In afwijking van het eerste lid wordt het percentage verhoogd, gedurende maximaal 24 maanden, naar 130% van de toepasselijke bijstandsnorm indien een persoon met een eerder vastgesteld recht op individuele inkomenstoeslag werk heeft aanvaard waardoor het recht op bijstand is beëindigd. Dit geldt voor PW-gerechtigden en voor inwoners met IOAW en IOAZ.
**4..** In afwijking van het eerste lid wordt de individuele inkomenstoeslag niet toegekend indien er uitzicht is op inkomensverbetering. Uitzicht op inkomensverbetering wordt in elk geval verondersteld ten aanzien van de belanghebbende die op de peildatum voldoet aan de voorwaarde dat een belanghebbende onderwijs volgt waarvoor aanspraak bestaat op studiefinanciering ontvangt op grond van de WSF of een studiekostenvergoeding op grond van de WTOS, met uitzondering van studenten met minderjarige kinderen.
Hoofdstuk 1
Artikel 3.
Langdurig laag inkomen
Onderdeel van Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Asten 2024