Burgemeester en wethouders staan het aanbrengen van zonnepanelen op een achterdakvlak van een beschermd monumenten en van een pand in een rijksbeschermd stad- of dorpsgezicht toe, mits
het dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd. Als het dakvlak wel naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd, dan is artikel 8 van toepassing;
de zonnepanelen worden aangebracht direct op of in het dakvlak, waarbij aanbrengen in het dakvlak uitsluitend wordt toegestaan als het gaat om een pand dat geen beschermd monument is;
de zonnepanelen binnen het dakvlak worden aangebracht;
de hellingshoek van de zonnepanelen gelijk is aan de hellingshoek van het dakvlak;
de installatie voor het omzetten van de opgewekte elektriciteit (of voor het opslaan van het water) aan de binnenzijde wordt aangebracht, voor zover deze installatie niet één geheel vormt met de panelen;
en aanvullend in het geval van een beschermd monument mits:
wordt voldaan aan artikel 4;
benodigde kabels, leidingen en doorvoeren onopvallend worden aangebracht;
het aanbrengen van de zonnepanelen de aanwezige cultuurhistorische beeldkwaliteit, voor zover waarneembaar vanuit openbaar toegankelijk gebied, niet dusdanig verstoort, dat deze verstoring duidelijk in ernstige mate in strijd is met het belang van de monumentenzorg;
er een afstand van ten minste 50 centimeter wordt aangehouden tot de nok, 30 centimeter tot de goot, dakrand en hoekkeper van het dakvlak, en in het geval van een gedeeld dak 30 centimeter tot de erfgrens.
Artikel 6