Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6.

Wijze van heffing en termijnen van betaling

Onderdeel van VERORDENING PARKEREN EN PARKEERBELASTINGEN ARNHEM 2024

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.. Indien bij aanvang van het parkeren het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer, geschiedt de betaling van de belasting in afwijking van het bepaalde in het eerste lid: uiterlijk 1 maand na het einde van het parkeren; en overeenkomstig de voorwaarden van de aanbieder van de betreffende dienst. 3.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven via een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waartoe ook wordt gerekend een nota of andere schriftuur, en moet worden betaald voorafgaand aan het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4.. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. 5.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften als voldoening op aangifte aangemerkt. 6.. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel