De burgemeester is in principe bevoegd tot toepassing van de bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet en kan overgaan tot sluiting van een pand volgens bovenstaande sluitingstermijn. Daarbij moet de burgemeester wel rekening houden met de noodzaak en evenredigheid van een maatregel. De burgemeester moet bepalen of ook daadwerkelijk de noodzaak bestaat tot sluiting van het pand en zij dient vervolgens te bepalen of een op zichzelf noodzakelijke sluiting evenredig is in verhouding tot de met de sluiting te dienen doelen.
8.2.1 Bestaat de noodzaak tot sluiting?
Bij de beoordeling van de noodzaak van een sluiting is de vraag aan de orde of met een minder ingrijpende maatregel kan en moet worden volstaan om het beoogde doel te bereiken. Aan de hand van feiten en omstandigheden van de situatie moet worden beoordeeld in hoeverre een sluiting van een pand noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat. In recente uitspraken heeft de Afdeling het beoordelingskader verder verduidelijkt over de noodzaak van woningsluiting6ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285; ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022: 1910, 1911 en 1913..
De volgende feiten en omstandigheden zijn onder andere van belang om de noodzaak te beoordelen:
Is er sprake van gevaar voor de openbare orde;
De mate van gevaarzetting en de risico’s voor de omgeving, waaronder de aard en omvang van de aangetroffen stoffen en goederen;
Het soort verdovende middelen in samenhang met de hoeveelheid gevonden drugs.
Is er sprake van herhaling van strafbaar gedrag ;
De ligging van een woning of lokaal in een voor (drugs)criminaliteit kwetsbare wijk;
De drugshandel of hennepteelt / drugsproductie heeft een professioneel karakter;
Feitelijke handel in/vanuit pand: voor de beoordeling van de ernst en de omvang van de overtreding is mede van belang of de gevonden drugs feitelijk in of vanuit het pand werden verhandeld en of sprake is van een ‘loop’ naar het pand;
Een combinatie van aanwezigheid van middelen als bedoeld op Lijst I en II Opiumwet;
De mate van (ernstige) overlast rondom de locatie;
Overige feiten en/of omstandigheden die duiden op georganiseerde drugshandel en/of ernstige ondermijnende criminaliteit in (georganiseerd) verband.
Verzwarende omstandigheden
Er kan ook sprake zijn van feiten en omstandigheden die al bij de beoordeling van de noodzakelijkheidstoets zijn meegenomen, maar dat deze feiten en omstandigheden aanleiding geven voor een langere sluitingsduur. Dit betekent dat er sprake is van een grotere inbreuk op het woon- en leefklimaat. Verzwarende omstandigheden kunnen leiden tot een zwaardere maatregel dan in de matrix is aangegeven. Wanneer een langere sluitingsduur noodzakelijk is, wordt in principe aansluiting gezocht bij de sluitingsduur van de volgende constatering. Wanneer een sluiting in plaats van een waarschuwing noodzakelijk is, wordt aansluiting gezocht bij de sluitingsduur van een eerste constatering.
Te denken valt aan de volgende niet limitatieve (verzwarende) omstandigheden:
Hoeveelheid van de gevonden verdovende middelen en/of aanwezigheid van wapens en/of munitie in de zin van de Wet wapens en munitie;
Aanwijzingen van betrokkenheid bij grootschalige (internationale) drugshandel; en/of in combinatie met verdenking witwassen;
de aanwezigheid van grote sommen contant geld;
ernstige gewelds- of andere openbare orde delicten verbonden aan de locatie (waaronder ripdeals, aanslagen, bedreiging, mensenhandel, prostitutie, illegaal vuurwerk);
de aannemelijkheid dat er ook andere locaties betrokken zijn bij de drugshandel;
zeer ernstig gevaar voor en/of bedreiging van de woon- en leefomgeving.
De burgemeester zal aan de hand van bovenstaande feiten en omstandigheden per geval beoordelen of er voldoende noodzaak bestaat om af te wijken van de termijnen uit de tabellen in hoofdstuk 7. .
8.2.2 Is de sluiting evenredig?
Als bepaald is dat voldoende noodzaak tot sluiting van een pand bestaat moet een evenredigheidstoets plaatsvinden. Bij deze beoordeling zijn de volgende omstandigheden van belang:
de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven (rechts)persoon;
de gevolgen van de sluiting:
medische situatie van belanghebbende;
is er een bijzondere binding met de woning;
de mogelijkheid om weer in de woning terug te keren;
de overtreder door de overtreding op een bepaald soort lijst bij de woningcorporatie komt te staan;
zijn er minderjarige kinderen in de woning.
De mate van verwijtbaarheid en de (nadelige) gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester de sluiting noodzakelijk mocht vinden. Hiervoor moet de burgemeester maatwerk leveren. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. De burgemeester kan er ook voor kiezen om af te wijken van de handhavingsmatrix door een kortere sluitingsduur te nemen, als dit noodzakelijk is.
8.2.3 Overige (minder ingrijpende) maatregelen
Uit de beoordelingstoets kan volgen dat sluiting van een pand niet noodzakelijk is of niet in verhouding staat en dat er moet worden afgezien van deze bestuursrechtelijke maatregel. De gevolgen van de sluiting staan dan niet in redelijke verhouding tot het doel dat met de sluiting wordt bedoeld. In dat geval kan de burgemeester een last onder dwangsom inzetten gericht aan de overtreder(s) of een waarschuwing.
De hoogte van een op te leggen dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van de overtreding. Dat wil zeggen dat het bedrag een voldoende afschrikwekkend effect moet hebben zodat voorkomen wordt dat nogmaals een overtreding van artikel 13b Opiumwet plaatsvindt.
8.2.4 Tussentijdse heropening en opheffing
Na de sluiting mag een pand of een daarbij behorend erf niet meer worden betreden (artikel 2:41, tweede lid, van de APV). In uitzonderlijke gevallen kan ontheffing worden verleend van dat verbod. De burgemeester gaat hier zeer terughoudend mee om. Er wordt alleen toestemming gegeven om een pand of daarbij behorend erf te betreden als sprake is van dringende en zwaarwegende omstandigheden, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van een (spoed-)reparatie.
De burgmeester gaat ook zeer terughoudend om met de mogelijkheid tot opheffing van de sluiting. Alleen als aannemelijk is dat met de sluiting geen enkel doel meer wordt bereikt, is het mogelijk om een sluiting op te heffen. Hierbij wordt rekening gehouden met de aard, ernst en duur van de overtreding en de uitgangspunten van dit beleid.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.2
Noodzaak en evenredigheid sluitingsmaatregel
Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Purmerend - 2023