Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.3

Artikel 5.3.2

Handhavingsstrategie

Onderdeel van VTH-Beleidsplan Gemeente Hillegom 2024-2027

De handhavingsstrategie is veelomvattend en wordt daarom onderverdeeld in drie afzonderlijke strategieën: toezichtstrategie, sanctiestrategie en gedoogstrategie. De werkwijzen van Toezicht en Handhaving staan beschreven in bijlage 5. Toezichtstrategie Het doel van de toezichtstrategie is om door middel van controle naleving van de wet- en regelgeving te bevorderen. De mate van toezicht wordt bepaald door de prioriteit die aan een onderwerp is toegekend. Per onderwerp wordt de intensiteit van toezicht bepaald. Zeer hoge prioriteit. Door middel van o.a. surveillances wordt actief gecontroleerd op overtredingen. Bij 100% van de mogelijke overtredingen wordt doorgepakt. Hoge prioriteit. Door middel van o.a. surveillances wordt actief gecontroleerd op overtredingen. Bij 80% van de mogelijke overtredingen wordt doorgepakt afhankelijk van de urgentie. Gemiddelde prioriteit. Het toezicht vindt steekproefsgewijs plaats. Bij 60% van de mogelijke overtredingen wordt doorgepakt afhankelijk van de urgentie. Lage prioriteit. In beginsel wordt niet actief toegezien op naleving van de regels. Bij 10% van de mogelijke overtredingen wordt doorgepakt afhankelijk van de urgentie. Zeer lage prioriteit. In beginsel wordt niet actief toegezien op naleving van de regels. Bij 5% van de mogelijke overtredingen wordt doorgepakt afhankelijk van de urgentie. Preventieve controles Een preventieve controle is een controle waarbij wordt gecontroleerd of de wet- en regelgeving wordt nageleefd zonder dat er een vermoeden is van een overtreding. Dit begint al bij de toetsing van o.a. een vergunningsaanvraag en de bouwmelding en achtereenvolgens het (bouw)toezicht. Daarnaast worden er preventieve controles uitgevoerd in de vorm van surveillance. Het gaat dan om overtredingen op basis van o.a. de APV en de Omgevingswet. Dit is tevens prioriteit gestuurd. Dit houdt in dat overtredingen met de hoogste prioriteit eerst zullen worden opgepakt, vervolgens de overtredingen met een lagere prioriteit. De beschikbare capaciteit voor deze surveillance wordt verder vertaald in de handhavingsuitvoeringsprogramma’s. Team Toezicht en Handhaving houdt geen routinematige controles, omdat de werkzaamheden zich daar niet voor lenen. Dit is wel het geval bij handhaving op milieuwetgeving en brandveiligheid. Deze controles worden echter door de Omgevingsdienst West Holland en Brandweer Hollands Midden uitgevoerd en vallen buiten de scoop van dit beleid. Wel worden er strijdigheden, waar mogelijk, projectmatig opgepakt. Zie hiervoor “projectmatig toezicht”. Administratieve controles Met administratieve controles wordt bedoeld dat via administratieve gegevens inwoners/bedrijven kunnen aantonen dat zij voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Hierbij valt te denken aan certificeringen, keuringsbewijzen ed. Controles naar aanleiding van een melding en handhavingsverzoek Wij ontvangen meldingen van inwoners, bedrijven of van in- en externe collega’s. Bij een dergelijke melding wordt door de toezichthouder een controle uitgevoerd om te constateren of er sprake is van een overtreding. Bij het oppakken van deze meldingen wordt tevens gekeken naar de prioritering. Meldingen die betrekking hebben op overtredingen met een hoge prioriteit worden eerst opgepakt. Handhavingsverzoeken worden vrijwel direct opgepakt, omdat deze urgentie hebben vanwege de korte beslistermijn (8 weken). Vergunningsgericht toezicht Vergunningsgericht toezicht heeft betrekking op toezicht op verleende (omgevings)vergunningen tijdens de uitvoeringsfase. Hierbij wordt er, voor zover mogelijk integraal, gecontroleerd of men zich houdt aan de vergunning of melding inclusief de hierin opgenomen voorschriften. Daarnaast wordt er zo veel mogelijk in- en/of extern afgestemd. De inzet van de capaciteit is grotendeels afhankelijk van het aantal verleende vergunningen en meldingen. Signaaltoezicht Signaaltoezicht houdt in dat indien een toezichthouder een overtreding constateert die niet binnen zijn of haar bevoegdheden valt, dit signaal doorgeeft aan de partij die wel bevoegd is hiertegen handhavend op te treden. Projectmatig toezicht Bij projectmatig toezicht worden de controles projectmatig uitgevoerd waarbij er resultaat-, doelgericht en efficiënt wordt gewerkt. Hierbij worden specifieke veelomvattende handhavingszaken of een bepaalde categorieën overtredingen die een (belangrijke) gemeenschappelijke factor hebben, eenduidig opgepakt. Ook bij deze vorm van toezicht wordt er indien mogelijk samengewerkt met verschillende disciplines. Toezicht op bouwprojecten Grotendeels is het toezicht op bouwprojecten afhankelijk van het aantal bouwmeldingen en verleende omgevingsvergunningen die betrekking hebben op de activiteit bouwen. Het bouwtoezicht wordt risicogestuurd uitgevoerd. Indien er bouwprojecten gelijktijdig plaatsvinden kunnen op basis van de prioritering keuzes worden gemaakt. Hierbij worden bouwprojecten met een hoge prioriteit eerst gecontroleerd, vervolgens de bouwprojecten met een lagere prioriteit. Op elk bouwterrein kan hinder ontstaan door geluid, stoffen en trillingen. De toezichthouder toetst deze aspecten op basis van waarneming. Indien er risico ontstaat voor de gezondheid of veiligheid wordt de betrokkene aangesproken en indien noodzakelijk zal er worden ingegrepen. Toezicht op bouwprojecten die onder het “oude” regime vallen De bouwprojecten waarbij het bouwtoezicht onder het “oude” regime valt, zijn de bouwwerken die buiten de gevolgklasse 1 vallen en de bouwwerken waarbij de aanvraag vóór 1 januari 2024 bij nieuwbouw (en vóór 1 juli 2024 bij verbouwactiviteiten) is ingediend. Voordat een bouwcontrole wordt uitgevoerd, worden de relevante documenten beoordeeld, zoals o.a. constructietekeningen en gewaarmerkte bouwtekeningen. Daarnaast wordt gecontroleerd op de in de vergunning gestelde voorwaarden en voorschriften. Indien noodzakelijk worden er stukken opgevraagd, zoals o.a. een bouw- en sloopveiligheidsplan. Het bouwtoezicht is risicogestuurd. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de bouwtoezicht prioritering welke is doorvertaald in het bouwtoezichtprotocol (zie bijlage 6) waarin de controlemomenten zijn benoemd. Toezicht op bouwprojecten die onder de Wkb1Gebruikte bronnen/afbeeldingen: www.stichtingibk.nl, https://www.tlokb.nl, bestuursakkoord implementatie en invoering wetsvoorstel Wkb VNG ministerie BZK, Leidraad constructieve veiligheid voor gevolgklasse 1 bij inwerkingtreding van de WKB –Centraal overleg Bouwconstructies. vallen Algemeen Met de “Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’ (Wkb), onderdeel van de Omgevingswet, is het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw geïntroduceerd. Deze treedt naar verwachting op 1 januari 2024 in werking voor de nieuwbouw en voor de verbouwactiviteiten op 1 juli 2024. Met dit nieuwe stelsel wordt verbetering van de bouwkwaliteit beoogd door middel van onafhankelijke kwaliteitscontroles en grotere aansprakelijkheid van de aannemers. De rol van de gemeente als bevoegd gezag verandert gedeeltelijk door het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw. De bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw worden in het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw deels uitgevoerd door een marktpartij en niet meer automatisch door de gemeente. De gemeente behoudt haar handhavende taak en haar taak voor de planologische beoordeling, welstandstoets en toetsing van de omgevingsveiligheid. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor (toezicht op) welstand, monumenten, bestaande bouw (minimumeisen bestaande bouw en gebruikseisen) en de bouwwerken die niet onder de Wkb vallen. Bouwwerken die onder het stelsel van kwaliteitsborging vallen Onder de Wkb vallen voorlopig de bouwwerken binnen de gevolgklasse 1 (artikel 2.17 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)), zoals o.a.: grondgebonden woningen, balkon, dakterras, optrekken achtergevel, dakopbouw, nokverhoging, geluidsscherm, kantoor (binnen of aan de industriefunctie). Na een aantal jaar wordt de werking van de Wkb door de minister geëvalueerd. Afhankelijk van de evaluatie volgt mogelijk uitbreiding van het systeem naar andere meer complexe bouwwerken die vallen onder de gevolgklasse 2 (bijv. bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijs- en woongebouwen tot 70m hoogte) en 3 (bijv. metrostations, voetbalstadions, ziekenhuizen en gebouwen hoger dan 70 m.). Dit blijven de taken van de gemeente: Taken bevoegd gezag: Hoofdstuk 3 Bbl (Bestaande bouw) Hoofdstuk 6 Bbl (Gebruik van bouwwerken) Hoofdstuk 7 Bbl (Bouw- en sloopwerkzaamheden) Toezicht en handhaving bouwregelgeving Dit betekent o.a. dat de controle op constructies die tijdens de bouw nodig zijn voor de instandhouding en de veiligheid van de omgeving van het bouwwerk (o.a. bouwkuipen, stempelconstructies en invloed van bemaling op de bebouwde omgeving) een taak blijft van het bevoegd gezag. De kwaliteitsborger heeft hier geen rol in. Daarnaast blijft het bevoegd gezag verantwoordelijk voor het toezicht en handhaving op de naleving van de bouwregelgeving in al zijn facetten. Houd de kennis in huis De gemeente behoudt haar rol als toezichthouder en handhaver en is verantwoordelijk voor de naleving van de bouwregelgeving. De toekomst zal uitwijzen of de bouwtoezichttaken van de gemeente in de praktijk echt minder zullen worden. Het “normale” bouwtoezicht is al geminimaliseerd door het risicogestuurde toezicht (bouwtoezichtsprotocol). Daarnaast wil de gemeente bij (dreiging tot) een overtreding kunnen optreden en handhaven. Om die rol te kunnen uitvoeren is een gedegen kennis en kunde nodig. Bovendien moet BWT te allen tijde minimaal voldoen aan de Kwaliteitscriteria 2.2 VTH. Werkproces Wkb Door de komst van de Wkb verandert ook het werkproces voor de gevolgklasse 1 bouwwerken. Zie hieronder en op de volgende pagina de schematische weergaves. (Intern zijn hierover praktische afspraken gemaakt met team Vergunningen, omdat ook zij een aandeel hierin (blijven) hebben.) Schema 1: beknopte schematische weergave proces Wkb met termijnen. Bron: VNG Schema 2: proces Wkb Schema 3: Proces Wkb met DSO. Bron: VNG Toezicht op bouwwerken die onder de Wkb vallen De kwaliteitsborger maakt op basis van een risicobeoordeling een borgingsplan. De kwaliteitsborger controleert op tekortkomingen en rapporteert zo nodig aan het bevoegd gezag. De gemeente blijft bevoegd gezag en behoudt haar rol als toezichthouder en handhaver. Zij moet toezien op de naleving van de bouwregelgeving. Om te kunnen handhaven zal de toezichthouder van de gemeente zelf moeten constateren en vaststellen dat niet aan de regelgeving wordt voldaan. De gemeente kan de informatie van de kwaliteitsborger gebruiken bij haar toezichthoudende en handhavende taak. De Wkb geeft de gemeente de vrijheid hoe om te gaan met het uitvoeren van haar taken (bijv. wel/niet inhoudelijk toetsen van documenten en wel/niet controle uitvoeren). Het stelsel gaat er in beginsel van uit dat het bevoegd gezag erop mag vertrouwen dat het bouwwerk bij een afgegeven verklaring van de kwaliteitsborger zal voldoen aan de bouwtechnische regels van het Bbl. De gemeente blijft echter bevoegd gezag en daarom is het van belang dat zij haar verantwoordelijkheid blijft nemen, ook omdat het stelsel zich nog niet heeft bewezen2Leidraad constructieve veiligheid voor gevolgklasse 1 bij inwerkingtreding van de WKB –Centraal overleg Bouwconstructies.. Gezien voornoemde is gekozen voor onderstaande aanpak: Bij het opstellen van de risicoanalyse en borgingsplan moet de melder rekening te houden met de bijzondere lokale omstandigheden. Deze zijn (indien van toepassing) o.a. te vinden in het Omgevingsplan. De risicovolle (constructieve) onderdelen uit de risicoanalyse zullen worden gecontroleerd. Vervolgens wordt op basis van deze risicoanalyse door de kwaliteitsborger een borgingsplan opgesteld. In dit borgingsplan wordt aangegeven welk instrument wordt gebruikt om deze risico’s te borgen. De gemeente zal ook risicogestuurd toezicht houden bij de bouwwerken die onder de Wkb vallen. Door tijdens het werk te controleren, kunnen overtredingen worden voorkomen die mogelijk achteraf niet meer of lastig ongedaan kunnen worden gemaakt. Naast toezicht mag door de toezichthouder, ook tijdens de bouw, extra informatie worden opgevraagd. Deze informatie- en controlemomenten betreffen bijvoorbeeld controles van constructies die later aan het zicht worden onttrokken, zoals o.a. funderingen en wapening in betonconstructies. Zie bijlage 7 “bouwtoezichtprotocol Wkb” om te zien wanneer er toezicht wordt gehouden. Indien er aanleiding toe is, kan altijd extra toezicht worden gehouden om handhaving achteraf te voorkomen. Naarmate een instrument of kwaliteitsborger zich heeft bewezen, kunnen het aantal informatie- en/of controlemomenten afnemen. Om dubbel werk te voorkomen zal het toezicht door de gemeente en de controles door de kwaliteitsborger zoveel mogelijk complementair aan elkaar worden uitgevoerd. Op basis van het borgingsplan en de verklaring dat wordt voldaan aan de bouwtechnische eisen van de kwaliteitsborger is de informatiepositie van de gemeente verzekerd. Dit kan worden gebruikt om het risicogestuurde toezicht uit te voeren. Bij een gereedmelding volgt een as-built dossier met o.a. de verklaring van de kwaliteitsborger en de gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen. De gereedmelding zal alleen op volledigheid worden gecontroleerd, omdat tijdens de bouw (zoals hiervoor omschreven) al controle heeft plaatsgevonden op de risicovolle onderdelen. Wij verwachten daarom niet dat bij de gereedmelding (bouwwerk klaar voor oplevering) nog overtredingen aanwezig zullen zijn die eerder niet door de kwaliteitsborger en/of toezichthouder zijn ontdekt. Op basis van de verklaring en deskundigheid van de kwaliteitsborger mag het bevoegd gezag er in beginsel van uitgaan dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen. Indien er toch aanleiding is (bijv. op basis van een melding) zal wel op de betreffende onderdelen op inhoud worden gecontroleerd. Toezicht door de brandweer Hollands Midden De brandweer heeft separaat beleid voor de uitvoering van haar taken. Toch willen wij voor de volledigheid toelichting geven op wat zij doen op het gebied van toezicht in de bouw. De brandweer houdt in principe geen toezicht bij de categorieën die vallen onder de gevolgklasse 1, omdat dergelijke controles weinig risico’s met zich meedragen en hierdoor geen meerwaarde hebben voor de brandweer. Bij de drie onderstaande thema’s zien zij op het gebied van risico’s die meerwaarde wel om toezicht te houden cq. de gemeente te ondersteunen: In een gebouw waar bedrijfsmatig nachtverblijf en/of verzorging zal worden verschaft, omdat er mensen aanwezig zijn die niet of verminderd zelfredzaam zijn. Deze mensen zijn voor een belangrijk deel afhankelijk van de toegepaste brandveiligheidsvoorzieningen; Als er in en rondom een gebouw extra installatietechnische voorzieningen worden aangebracht, die belangrijk zijn voor het repressieve optreden; Gebouwen met grote brandcompartimenten waar gelijkwaardigheid wordt toegepast (NEN 6060 en NEN 6079). Bovenstaande thema’s zijn gebaseerd op een risico gestuurde benadering en sluit aan bij onze manier van werken. Themacontroles Naast het voornoemde bouwtoezicht kunnen vanuit de Rijksoverheid onderwerpen worden aangedragen om controle op uit te voeren bijv. n.a.v. een incident (voorbeelden: bollen- en breedplaatvloeren, uitkragende balkons). Controlebezoek De uitvoering van een controlebezoek bestaat uit een aantal onderdelen. Deze zijn hieronder uiteengezet. Voorbereiding Voordat het controlebezoek plaatsvindt doet de toezichthouder eerst dossieronderzoek. De toezichthouder bestudeert de eventuele en relevante verleende vergunningen, afgegeven meldingen, correspondentie, handhavingsdocumenten, controlerapporten etc. Vervolgens wordt het controlebezoek uitgevoerd. Indien nodig wordt er een controleafspraak gemaakt met de vergunninghouder/eigenaar/bewoner etc. Uitvoering De ambtenaar die de controle uitvoert is op grond van artikel 5:11 van de Awb en artikel 18.6 en 18.1.2 van de Omgevingswet als toezichthouder aangewezen. Bij het uitvoeren van de controle dient de toezichthouder een legitimatiebewijs bij zich te dragen, welke is uitgegeven door het verantwoordelijke bestuursorgaan waarvoor de toezichthouder werkzaam is. De toezichthouder dient dit legitimatiebewijs bij het uitvoeren van de controle desgevraagd te tonen. De toezichthouder neemt bij de controle o.a. de veiligheidsaspecten in acht en maakt zo nodig gebruik van de bevoegdheden die hem in hoofdstuk 5 van de Awb zijn toegekend. Indien er bij de uitvoering van de controle een strijdigheid wordt geconstateerd, zal de toezichthouder de benodigde informatie verzamelen om dit aan te kunnen tonen. Dit dient als basis voor de rapportage. Bij constatering van een strijdigheid zal er contact met de overtreder worden opgenomen en zal de overtreding worden besproken. Waar mogelijk zal er getracht worden om gezamenlijk tot een minnelijke oplossing te komen. Constateringsrapport De toezichthouder stelt een constateringsrapport op wanneer er bij de controle sprake is van een overtreding. Indien er tijdens het controlebezoek een verklaring is afgegeven en/of afspraken zijn gemaakt, zal dit in de rapportage worden opgenomen. Het constateringsrapport bevat ten minste: naam van de toezichthouder; datum van de controle; locatie van de controle; eigenaar/gebruiker van object of perceel; indien van toepassing een overzicht van relevante vergunning(en); naam met wie daadwerkelijk gesproken is; wet- en regelgeving waarop is gecontroleerd; eventuele metingen en gemaakte foto’s; indien van toepassing overig onderzoek (online etc.); beschrijving constatering(en) en strijdigheid; conclusies en eventuele afspraken. Op basis van de rapportage wordt bepaald welk handhavingsinstrument wordt ingezet. Sanctiestrategie Om naleving van de regelgeving af te dwingen beschikt de gemeente over diverse instrumenten. Het uitgangspunt van de gemeente Hillegom is het nemen van herstelmaatregelen (bestuursrechtelijk optreden) en niet het bestraffen van de inwoner en/of ondernemer. Bestuursrechtelijk optreden heeft de voorkeur boven punitief optreden (bestuurlijke boete). Wel zijn hierop een aantal uitzonderingen, zoals handhavend optreden tegen bepaalde overlastfeiten die zijn benoemd in de APV. Bij deze overtredingen is herstel van de illegale situatie niet mogelijk en wordt er opgetreden middels een bestuurlijke strafbeschikking/bestuurlijke boete. De instrumenten en middelen van de gemeente staan beschreven in bijlage 8. Gedoogstrategie Onder gedogen wordt verstaan: het door het bestuur afzien van het gebruik van ter beschikking staande handhavingsmiddelen bij constatering van een overtreding van regels, alsmede het door het bestuur op verzoek vooraf verklaren dat tegen een overtreding die nog zal plaatsvinden -al dan niet vooruitlopend op vergunningverlening- niet zal worden opgetreden. Uitgangspunt bij het opstellen van wetten en regels is dat deze regels worden nageleefd. Omdat in het kader van het opstellen van deze regels en de handhaving daarvan niet alle situaties op voorhand kunnen worden voorzien, kan het in sommige situaties voorkomen dat niet tot handhaving wordt overgegaan. Gedogen is slechts aanvaardbaar in uitzonderingssituaties, beperkt in omvang en met een einddatum. Ook moet gedogen expliciet en na zorgvuldige kenbare belangenafweging plaatsvinden en aan controle onderworpen zijn. Gedogen kan zich voordoen in de volgende situaties: Overmachtssituaties Wanneer er sprake is van een overmachtsituatie wordt er niet handhavend opgetreden op grond van artikel 5:5 Algemene wet bestuursrecht. De overtreder dient wel aan te tonen dat hij er alles aan heeft gedaan om de overtreding ongedaan te maken, maar het niet in zijn macht heeft om te overtreding te beëindigen. Een voorbeeld van een dergelijke situatie is wanneer de onrechtmatigheid direct voortvloeit uit een calamiteit. In zo’n geval is er een wettelijke verplichting tot gedogen. Overgangssituaties Hierbij gaat het om situaties waarin het bevoegd gezag vooruitlopend op legalisatie binnen afzienbare termijn (concreet zicht op legalisatie) gedoogt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een wetswijziging. De betreffende vergunning dient wel de overtreding direct ongedaan te maken. Onevenredigheid Hierbij gaat het om situaties waarbij handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Richtlijnen voor gedogen: een gedoogsituatie wordt schriftelijk vastgelegd in een gedoogbeslissing, voorzien van heldere voorwaarden en een duidelijke termijnstelling; voordat een gedoogbeslissing wordt genomen, worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven; vaststelling van het gedoogbeslissing wordt aan de overtreder bekend gemaakt. Aan degenen die een zienswijze hebben ingediend, wordt een mededeling van de gedoogbeslissing gedaan; er moeten bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd, die afwijking van de regel rechtvaardigen. Het gedogen van een overtreding mag in principe niet tot precedentwerking leiden; de beslissing om een overtreding te gedogen wordt in de tijd beperkt. In de beslissing wordt altijd de reikwijdte van het gedogen beschreven, zodat duidelijk is waarop de beslissing betrekking heeft; indien mogelijk wordt in de beslissing aangegeven wanneer en onder welke omstandigheden de beslissing zal worden ingetrokken en eventueel alsnog handhaving volgt. Wraking Wraking is niet zozeer gedogen, maar een vorm van uitgestelde handhaving. Een wrakingsbrief is géén besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. Door middel van een wrakingsbrief wordt de overtreder te kennen gesteld dat het college van burgemeester en wethouders zich niet berust in de overtreding, maar zich het recht voorbehoudt om op een nader te bepalen tijdstip handhavend op te treden tegen de geconstateerde overtreding, als de overtreder deze zelf niet opheft. Bij een verergering van de situatie, bij handhavingsverzoeken van derden en/of zodra de gemeente anderszins daartoe aanleiding ziet, kan alsnog handhavend worden opgetreden. Wraking wordt met name gehanteerd voor overtredingen die op het moment van constatering een lage prioriteit hebben. Het begrip van wraking stamt uit de tijd dat bestemmingsplannen nog een legaliserende werking konden hebben, dus voordat de zogenoemde ‘etten-leurclause’ standaard werd opgenomen in bestemmingsplannen. Inmiddels is het niet meer zo dat strijdig gebruik wordt gelegaliseerd met een nieuw bestemmingsplan/omgevingsplan wanneer geen handhavingsacties/wraking heeft plaatsgevonden. Ook zonder wrakingsbrief behoudt het bestuursorgaan dus de bevoegdheid om later alsnog handhavend op te treden tegen een geconstateerde overtreding. Een wrakingsbrief kan in bepaalde gevallen wel een meerwaarde hebben. Mensen weten daarmee namelijk dat ze in overtreding zijn en kunnen hun gedrag hierop aanpassen, ook als de betreffende overtreding (tijdelijk) een lage handhavingsprioriteit heeft. Wraking naar aanleiding van een melding of ambtshalve constatering Bij een melding kan aan de melder en aan de overtreder worden bericht dat de overtreding een lage prioriteit heeft en daarom wordt gewraakt. Ook bij een ambtshalve constatering kan een overtreding worden gewraakt met een wrakingsbrief indien hier aanleiding voor is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel