Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.8

Algemene bepalingen economische levensduur en restwaarde bij persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Hilvarenbeek 2023

1.. Indien de economische levensduur van de voorziening waarvoor een persoonsgebonden budget is verstrekt nog niet is verstreken kan een (aanvullend) persoonsgebonden budget worden verstrekt in de volgende situaties: er is sprake van een gewijzigde omstandigheid die aanpassing dan wel vervanging van de voorziening noodzakelijk maken en/of er is sprake van een calamiteit die de bewoner niet is te verwijten. 2.. Indien de bewoner met een pgb-voorziening deze voorziening binnen de economische levensduur niet meer gebruikt, omdat deze niet meer adequaat is, wordt de restwaarde van de voorziening verrekend met een eventueel nieuw toe te kennen persoonsgebonden budget. Het persoonsgebonden budget voor de instandhoudingskosten3Het persoonsgebonden budget voor de instandhoudingskosten is bedoeld voor kosten van onderhoud, verzekering en reparatiekosten. wordt verrekend voor de nog niet verstreken termijn. 3.. Indien een bewoner een voorziening middels persoonsgebonden budget heeft en de voorziening niet meer gebruikt, dient de bewoner of de nabestaande(n) binnen een redelijke termijn de voorziening in te leveren bij de gemeente of de restwaarde van de voorziening aan de gemeente terug te betalen. 4.. Indien de inwoner verhuist uit of naar de gemeente Hilvarenbeek, wordt aangesloten bij de bepalingen in het landelijke Convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen bij een verhuizing. 5.. De restwaarde van de voorziening bedoeld in lid 2, 3 en 4 wordt berekend volgens de formule in het landelijke Convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen: vastgesteld pgb-budget / economische levensduur in maanden * resterende termijn in maanden. 6.. De economische levensduur (ofwel afschrijvingstermijn) is voor: een mobiliteitshulpmiddel of roerende woonvoorziening 7 jaar hulpmiddelen voor kinderen 5 jaar een keuken 15 jaar een toilet 15 jaar een badkamer 25 jaar

Rechtspraak bij dit artikel