Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Tegemoetkoming onkosten en verwervingskosten

Onderdeel van Beleidsregels Re-integratie Participatiewet/IOAW/IOAZ Maashorst 2023

1.. Het college kan aan een bijstandsgerechtigde die, naar het oordeel van het college, in verband met het volgen van een traject of met het vinden van werk, noodzakelijke kosten moet maken en niet over de middelen beschikt om deze kosten te betalen, een tegemoetkoming voor deze noodzakelijke kosten verstrekken. 2.. Voor zover deze kosten, bedoeld in het eerste lid, reiskosten betreffen: worden deze kosten niet noodzakelijk geacht als de reisafstand minder dan 10 kilometer enkele reis is. is, in afwijking van sub a, vergoeding van de reiskosten wel mogelijk bij een afstand van minder dan 10 kilometer als de bijstandsgerechtigde door lichamelijke, psychische of sociale problemen niet in staat is met eigen vervoer te reizen en aangewezen is op openbaar vervoer. wordt de hoogte van de tegemoetkoming gebaseerd op basis van kosten voor openbaar vervoer tweede klasse. wordt de hoogte van de tegemoetkoming in afwijking van sub c, indien reizen met openbaar vervoer niet mogelijk is en met de auto wordt gereisd, berekend volgens de geldende belastingregels. wordt na 6 maanden beoordeeld of er grond is de tegemoetkoming van reiskosten éénmalig met maximaal 6 maanden te verlengen. wordt de tegemoetkoming gestopt als de bijstandsgerechtigde een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, vanaf het moment dat de arbeidsovereenkomst loopt. 3.. Voor zover de kosten, bedoeld in het eerste lid, kosten voor kinderopvang betreffen: is een tegemoetkoming enkel mogelijk wanneer de bijstandsgerechtigde gebruik maakt van een re-integratievoorziening en hierdoor kinderopvang noodzakelijk is. omvat de tegemoetkoming zoals bedoeld in het derde lid onder a, de aantoonbare kosten zijnde de kosten kinderopvang minus de kinderopvangtoeslag die wordt ontvangen via de belastingdienst. is de tegemoetkoming mogelijk voor de duur dat de bijstandsgerechtigde gebruik maakt van de re-integratievoorziening. 4.. Voor zover de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, verwervingskosten betreffen: is de tegemoetkoming mogelijk indien de bijstandsgerechtigde aantoonbare verwervingskosten heeft. is een tegemoetkoming mogelijk tot zes maanden vanaf de datum werkaanvaarding, met een maximum totaalbedrag van € 500,-. wordt voor de hoogte van de tegemoetkoming aangesloten bij de normen van het NIBUD. 5.. Tegemoetkoming van onkosten en verwervingskosten, zoals bedoeld in het eerste lid tot en met het vierde lid, is niet mogelijk als er sprake is van een voorliggende voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel