**1).** Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het college;
Houtopstand te vellen of doen vellen, of boom te kappen of te doen kappen binnen de bebouwde kom.
Houtopstand te vellen of doen vellen, of boom te kappen of te doen kappen buiten de bebouwde kom, voor zover de Wet natuurbescherming niet van toepassing is.
Een boom of houtopstand op de monumentale bomenlijst te vellen of doen vellen, of te kappen of te doen kappen.
**2).** Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde verbod behoudens vergunning, geldt eveneens voor:
Een boom die is aangeplant op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van artikelen 10 en 11 van deze verordening.
Een boom die is aangeplant op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan.
**3).** In afwijking van het eerste lid is geen vergunning vereist voor het vellen van;
Een boom met een stamdiameter van minder dan 20 centimeter op 1.30 meter boven het maaiveld; in geval van meerstammigheid geld de dwarsdoorsnede van de dikste stam.
Een boom wanneer de eigenaar of zakelijke gerechtigde een publiek rechtelijk lichaam is, de boom met een stamdiameter van minder dan 10 centimeter op 1.30 meter boven het maaiveld; in geval van meerstammigheid geld de dwarsdoorsnede van de dikste stam.
Een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het college.
Een houtopstand of boom in een achtertuin van een woning.
Een heg met een lengte van minder dan 25 m en met een stamdiameter van minder dan 20 centimeter op 1.30 meter boven het maaiveld.
Het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud.
Het periodiek knotten of kandelaberen als beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud.
Een houtopstand die eenmalig in een periode van minimaal 3 jaar bij wijze van dunning moet worden geveld met een maximum van 30% van de houtopstand.
Een klimplant minder dan 5 meter hoog en met een stamdiameter van minder dan 20 centimeter op 1.30 meter boven het maaiveld.
(Lint)begroeiing waarbij sprake is van een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 100 m2.
Bosplantsoen waarbij sprake is van een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 100 m2.
Sierplantsoen bestaande uit hoofdzakelijk niet-inheemse heesters en struiken.
**4).** Het college kan een noodomgevingsvergunning verlenen voor het direct vellen van een houtopstand, indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang.