Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 9:

Vergunningsvoorschriften, bijzondere voorschriften en nadere regels

Onderdeel van Bomenverordening Ouder-Amstel

1). Het college kan aan de vergunning, als bedoeld in artikel 3, het voorschrift verbinden dat niet eerder van de vergunning gebruik gemaakt mag worden, dan nadat: Daarmee samenhangende bepaalde andere vergunningen of besluiten zijn verleend en niet door de voorzieningenrechter zijn geschorst of; De feitelijke en financiële voortgang van de werken en werkzaamheden, waarvoor de vergunning nodig is, voldoende is gewaarborgd. 2). Het college kan aan de vergunning, als bedoeld in artikel 3, beperkingen en andere voorschriften verbinden, voor zover deze strekken tot bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist. 3). Het college kan aan de vergunning, als bedoeld in artikel 3, het voorschrift verbinden tot het opstellen en overleggen van een Flora- en Fauna-onderzoek. 4). Onverminderd het gestelde in artikel 4 lid 3, behoort tot aan de omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften, het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen, herplant plaats moet vinden of een geldelijke bijdrage moet worden gestort in het Bomencompensatiefonds, overeenkomstig vastgesteld beleid. 5). In het voorschrift van herplant als bedoeld in het vierde lid wordt tevens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet-aangeslagen herplant moet worden vervangen. 6). Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de geldelijke bijdragen die worden opgelegd ten gevolge van een herplantplicht, die gestort dient te worden in het Bomencompensatiefonds.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel