Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:
een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
Het eerste en tweede lid zijn van toepassing op een zaak van algemeen belang wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.
Het eerste en tweede lid gelden niet als het bevoegd gezag nadere regels stelt over de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.
Het bevoegd gezag verleent, voor een monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar als en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.