Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
het huishouden de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen vier weken als hoofdverblijf in gebruik heeft genomen; of,
de vergunning is verleend op grond van door de houder van de vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.3
Intrekken vergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Amsterdam 2024