De ontheffing of vergunning wordt ingetrokken indien:
niet meer wordt voldaan aan de vorm van in gebruik geven waarvoor de ontheffing of vergunning is verleend;
als er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; of
de vergunning of ontheffing is verleend op grond van door de aanvrager verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 12
Artikel 3.12.6
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Amsterdam 2024