**1..** Voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten is geen omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel c, noodzakelijk mits en zolang de woonruimte door ten hoogste twee volwassenen wordt bewoond.
**2..** Voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten is geen omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel c, noodzakelijk mits en zolang er sprake is van inwoning. Hiervan is sprake als:
een bestaand huishouden inwoning verleent aan maximaal één ander huishouden; en,
op voorhand niet de wens bestaat om het adres met het inwonende huishouden te delen, blijkende uit het feit dat het eerste huishouden in dezelfde samenstelling de woonruimte minimaal één jaar zonder inwonend huishouden heeft bewoond.
**3..** Het vorige lid, onderdeel b, is niet van toepassing in het geval het inwoning verlenende of het inwonende huishouden getrouwd is of een geregistreerd partnerschap heeft.
** 4. .** Voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten is geen omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel c, noodzakelijk mits en zolang er sprake is van mantelzorg of inwoning van eerste- tot en met vierdegraads familieleden.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1
Artikel 3.1.4
Vrijstelling op de vergunningplicht voor omzetting
Onderdeel van Huisvestingsverordening Amsterdam 2024