**1..** In aanvulling op de voorwaarden genoemd in artikel 2.2.1 geldt om toegelaten te worden tot woonruimten waarop het bepaalde in paragraaf 3 van toepassing is, de volgende voorwaarde:
het inkomen van het huishouden bedraagt maximaal € 57.926 (prijspeil: 2025), voor woonruimten als bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onderdelen a en b;
het inkomen van het huishouden bedraagt maximaal € 81.633 voor een eenpersoonshuishouden en maximaal € 89.821 voor een meerpersoonshuishouden (prijspeil: 2025) voor woonruimten als bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onderdelen c en d.
**2..** De in het eerste lid, onderdeel b, genoemde voorwaarde geldt niet indien een huishouden een woonruimte als bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onderdelen a of b, in eigendom van een corporatie, achterlaat en verhuist naar een woonruimte als bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onderdelen c of d.
**3..** Het bedrag in het eerste lid, onderdeel a wordt jaarlijks aangepast conform artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.
**4..** In aanvulling op de voorwaarden genoemd in artikel 2.2.1 geldt, om toegelaten te worden tot een huurwoning met tenminste één ruimte in het bijzonder geschikt voor kunstproductie (atelierwoning), de voorwaarde dat het huishouden geregistreerd staat in het door burgemeester en wethouders hiervoor aangewezen register en de Commissie voor Ateliers en (Woon)Werkpanden Amsterdam (op basis van het regelement CAWA) een positief advies heeft afgegeven voor ingebruikname van de atelierwoning door het huishouden.
** 5. .** De bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdeel b worden met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd met het percentage waarmee per 1 januari van het peiljaar het bedrag, genoemd in artikel 18, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag is gewijzigd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 2.2.2
Aanvullende toelatingscriteria
Onderdeel van Huisvestingsverordening Amsterdam 2024