Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.3.3

Gronden waarop een Pgb kan worden geweigerd of ingetrokken

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein 2024

In artikel 2.3.2 zijn enkele voorwaarden genoemd waaraan een aanvraag voor Wmo-ondersteuning moet voldoen. Daarnaast geldt voor het Pgb dat deze ook kan worden geweigerd of ingetrokken als: de ondersteuning, de hulpmiddelen, de woningaanpassing of de andere voorziening die de inwoner met het Pgb wil inkopen volgens het college van onvoldoende kwaliteit is of niet genoeg helpt om het resultaat te bereiken dat in het ondersteuningsplan is genoemd; de inwoner onder druk is gezet om de ondersteuning, de hulpmiddelen, de woningaanpassing of de andere voorziening te betrekken van een bepaalde persoon of organisatie. het Pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij het college hiervoor speciaal toestemming heeft gegeven; de inwoner het Pgb niet zelf kan beheren en de door hem daarvoor aangewezen Pgb-vertegenwoordiger dezelfde persoon is als degene die de hulp gaat verlenen. Dit geldt niet voor ouders die jeugdhulp geven aan een eigen minderjarig kind. Deze ouders kunnen voor die jeugdhulp wel een Pgb beheren. het gaat om Hoog Complexe Weinig Voorkomende Zorg met Verblijf (Jeugdhulp); het gaat om een jeugdige die een kinderbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel heeft gekregen of is opgenomen in een gesloten accommodatie; als de Pgb-houder of Pgb-aanbieder geen of onvoldoende medewerking verleent aan een verzoek als bedoeld in artikel 7.3.5. lid 1; een Bibob onderzoek hiertoe aanleiding geeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel