Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 8.2.2

Beëindiging voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, Wgs, Gemeentewet]

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein 2024

1.. De gemeente kan een hulp-op-maat voorziening (in natura of Pgb) beëindigen als: de voorziening niet langer passend of nodig is, bijvoorbeeld wanneer de inwoner niet langer in staat is de voorziening op een veilige manier te gebruiken; de inwoner een voorziening in de vorm van een product opzettelijk of door grove nalatigheid zodanig gebruikt of behandeld dat daardoor de voorziening beschadigd raakt of te niet gaat of dat dreigt te gebeuren; de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner; de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; de inwoner niet binnen de gestelde termijn (verschilt per voorziening) gebruik heeft gemaakt van de voorziening, tenzij hem dat niet te verwijten is. Deze voorwaarde wordt ook in het besluit opgenomen; een Bibob onderzoek hiertoe aanleiding geeft. 2.. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).

Rechtspraak bij dit artikel