Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 3.1:

Toepassingsbereik bij vastgoedtransacties

Onderdeel van Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Harderwijk 2024

De gemeente kan de wet toepassen bij vastgoedtransacties waarbij de gemeente partij is. Bij de start van of tijdens onderhandelingen daartoe, zal de gemeente de wederpartij ervan in kennis stellen dat een eigen onderzoek deel kan uitmaken van de procedure. In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst. Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde opgenomen. Bovendien zal een eigen Bibob-onderzoek plaatsvinden als bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau blijkt, dat over de aanvrager van een beschikking, betrokkene bij een (voorgenomen) vastgoedtransactie of betrokkene bij een overheidsopdracht, in de afgelopen vijf jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Bureau (artikel 11a Wet Bibob). Indien advies is uitgebracht bericht het Bureau over de mate van gevaar zoals dat is opgenomen in het advies. Geen Bibob-onderzoek zal plaatsvinden bij verwerving van de eigendom van onroerende zaken (eventueel vrij van lasten en rechten) door de rechtspersoon met overheidstaak. De gemeente start een eigen onderzoek indien: het vastgoedobject gebruikt wordt of gebruikt gaat worden voor één of meerdere activiteiten die genoemd zijn in Bijlage 1 van deze beleidsregel en/ of het object gesitueerd is in een in Bijlage 2 bij deze beleidsregel genoemd risicogebied; het een beeldbepalend vastgoedobject betreft; er sprake is van een exceptioneel financieel risico voor de gemeente; wanneer tevens sprake is van een aanvraag om beschikking genoemd in hoofdstuk 2 van deze beleidsregel; uit eigen ambtelijke informatie en/ of informatie afkomstig van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC hier aanleiding toe is; er een tip van het Landelijk Bureau Bibob als bedoeld in artikel 11 van de Wet is ontvangen; er een tip van de officier van justitie, een tip van een ander bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van deze wet, als bedoeld in artikel 26 van de Wet is ontvangen;

Rechtspraak bij dit artikel