Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Procedure

Onderdeel van Verordening nadeelcompensatie gemeente Doesburg 2024

1.. Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en andere belanghebbenden daarover. 2.. Binnen twee weken na het informeren als bedoeld in het eerste lid, kunnen aanvrager en andere belanghebbenden schriftelijk en gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere leden van de adviescommissie bij het bestuursorgaan indienen. Het bestuursorgaan beslist binnen twee weken na ontvangst van het verzoek. 3.. Het betrokken bestuursorgaan formuleert per geval het adviesverzoek aan de commissie. 4.. De commissie kan een hoorzitting houden. Op de hoorzitting kunnen aanvrager en andere belanghebbenden een mondelinge toelichting op hun standpunten geven. 5.. Indien geen hoorzitting plaats vindt, stelt de commissie de aanvrager en in voorkomend geval de derde-belanghebbende in de gelegenheid schriftelijk dan wel mondeling een toelichting te geven over de aanvraag. 6.. De commissie kan een plaatsopneming houden. 7.. De commissie bepaalt in overleg met de aanvrager het tijdstip waarop hij de situatie ter plaatse zal opnemen. De commissie kan zich door andere gemeentelijke vertegenwoordigers laten vergezellen. 8.. Van een hoorzitting, mondelinge toelichting door aanvrager en de derde-belanghebbende, de hem door het bestuursorgaan verstrekte informatie alsmede een plaatsopneming wordt door de commissie een verslag gemaakt. Verslagen worden als onderdeel aan het advies toegevoegd. 9.. De commissie kan de aanvrager schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken om binnen een door hem te bepalen termijn nadere gegevens of bescheiden over te leggen. 10.. De commissie kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden. 11.. In het advies gaat de commissie in elk geval in op de aanvraag, op het adviesverzoek, op de verslagen genoemd in het achtste lid, op het inwinnen van inlichtingen en adviezen bij derden en op de betrokken wettelijke en overige juridische aspecten. 12.. Alvorens aan het bestuursorgaan definitief advies uit te brengen stelt de adviseur de derde-belanghebbende en de aanvrager in de gelegenheid ter zake binnen vier weken opmerkingen te maken. 13.. In het geval tijdig opmerkingen zijn ingediend, brengt de commissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het twaalfde lid bedoelde termijn een advies uit aan het bestuursorgaan, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 14.. In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het twaalfde lid bedoelde termijn een advies uit aan het college. 15.. Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken: degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en, als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel