Naar hoofdinhoud

Hoofstuk 2

Artikel 2.7

Aanvullende criteria voor vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Zwolle 2024

1.. Met inachtneming van artikel 2.2 kan een aanvrager in aanmerking komen voor collectief vervoer als de cliënt door aantoonbare beperkingen niet of onvoldoende gebruik kan maken van het openbaar vervoer. 2.. Een cliënt kan, als aantoonbare beperkingen het gebruik van het collectieve vervoer onmogelijk maken, in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming voor gebruik van de eigen auto of voor de aanpassing van de eigen auto. 3.. Een aanvrager kan voor individueel taxivervoer in aanmerking komen als aantoonbare beperkingen het gebruik van het collectieve vervoer onmogelijk maken en aanvrager niet de beschikking heeft over een eigen auto. 4.. Een aanvrager kan voor een vervoersvoorziening voor de directe woonomgeving in aanmerking komen als er sprake is van ernstige beperkingen in de mobiliteit. Een voorziening voor de directe woonomgeving kan in aanvulling op het gebruik van een andere vervoersvoorziening verstrekt worden. 5.. Een aanvrager kan in aanmerking komen voor een individuele vervoersvoorziening als deze langdurig noodzakelijk is en het collectief vervoer niet afdoende is. 6.. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving van aanvrager en in elk geval binnen de gemeente Zwolle en de regio, in het kader van het leven van alledag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel