Er bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening indien deze voorziening voor de cliënt algemeen gebruikelijk is (zie definitie art. 1.1 onder c. van de verordening).
Een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel kan als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt[1] als deze:
niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, en;
daadwerkelijk beschikbaar is, en;
een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is, en;
financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau[2].
[1] CRvB 20-11-2019 en ECLI:NL:CRVB:2019:3535
[2] De CRvB heeft nog niet uitgelegd wat hiermee bedoeld wordt. Let wel, het is niet van belang wat het inkomen van cliënt is. Het draait om de vraag of iemand met een minimuminkomen de voorziening zou kunnen betalen. Enkele voorbeelden van jurisprudentie:
- eenmalige kosten inductiekookplaat (€ 479,00) (ECLI:NL:RBROT:2021:10684);
- boodschappenservice (ECLI:NL:RBROT:2021:12252);
- eenmalige kosten douchecabine (€ 190,00) (ECLI:NL:CRVB:2021:160).
Met deze uitsluiting wordt beoogd te voorkomen dat het college een voorziening verstrekt waarvan, gelet op de omstandigheden van de cliënt, aannemelijk is te achten dat deze daarover, ook als hij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken.
Enkele voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn (niet-limitatief):
wasmachine
wasdroger
eenhendelmengkranen
thermostatische mengkranen
centrale verwarming
verhoogd toilet
douchekop op glijstang
handgrepen/wandbeugels
douchekruk/badplank
toiletverhoger
fiets met trapondersteuning (e-bike)
fiets met lage instap
tandem
fietskar
bakfiets
drempelhulpen
Artikel 3.4
Algemeen gebruikelijke voorziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2024