Het vaststellen van beleidskaders en beleidsregels blijft voorbehouden aan de gemeentelijke en provinciale bestuursorganen. Uit het eerste lid van dit artikel volgt dat rekening moet worden gehouden met deze kaders en het beleid dat van toepassing is op de bevoegdheden die zijn gemandateerd. Aan de andere kant dienen de bestuursorganen er voor te zorgen dat RUD Zeeland beschikking krijgt over die informatie (tweede lid). Tevens geldt er een overlegplicht bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen als dat betrekking heeft op de taken en bevoegdheden die RUD Zeeland uitvoert (derde lid).
In een bijzonder geval kan het noodzakelijk zijn om van het gemeentelijk of provinciaal beleid af te wijken. Indien de directeur meent dat zich een zodanig geval voordoet, treedt hij hierover in overleg met het college, alvorens hij gebruik maakt van zijn mandaat (vierde lid).
Overigens volstaat hierbij dat het overleg tussen ambtenaren werkzaam bij RUD Zeeland en ambtenaren werkzaam bij de deelnemer heeft plaatsgevonden. Die ambtenaren behoren zelf in staat te zijn om te beoordelen wanneer iets aan het bestuur dient te worden voorgelegd.
Artikel 3
Kaders uitoefening bevoegdheden
Onderdeel van Mandaatbesluit RUD Zeeland 2024 gemeente Middelburg