2.2.2.1 Weigering op grond van de VFL
Nadat een aanvraag ontvankelijk én tijdig is, vindt de inhoudelijke toets plaats. Hierbij wordt gekeken of er een reden tot weigeren is. De weigeringsgronden zijn genoemd in artikel 3:6 VFL. Voornaamste reden voor weigeren zijn als het evenement een gevaar voor openbare orde, veiligheid en gezondheid oplevert, maar ook als het strijdig is met regels van het omgevingsplan en een afwijking niet mogelijk is.
Bij deze beoordeling vindt een belangenafweging plaats op grond van artikel 3:4 Awb. Dit betekent dat alle belangen afgewogen moeten worden, dus ook van 3den (bijv. omwoners). Er moet rekening worden gehouden met de impact van het evenement op bijvoorbeeld de gezondheid en het woon- en leefklimaat van de omgeving waar het evenement eventueel gehouden wordt. Het evenredigheidsbeginsel is hier onderdeel. Kortom: voordat we een vergunning verlenen staat voor ons vast dat het houden van het evenement geen onevenredig nadeel heeft voor belanghebbenden en geen strijd is met artikel 3.6 VFL.
2.2.2.2. Strijd met het Omgevingsplan
2.2.2.2.1 Kortdurend en incidenteel
Een belangrijke kwalificatie die bij evenementen wordt gehanteerd is het begrip kortdurend én incidenteel. De termen ‘kortdurend en incidenteel’ zijn een dubbelcriterium. Er moet bij de beoordeling van evenementen daarom altijd aan beide criteria worden voldaan. Is dit niet het geval, dan is het evenement ruimtelijk relevant en geldt ook het planologische regime.
Kortdurend en incidenteel strijdig gebruik wordt helaas niet snel aangenomen. Als een evenement maar twee aaneengesloten dagen en eenmaal per jaar plaatsvindt, waarbij zowel de voorbereiding van het evenement als de afbraak ervan verscheidene ook meegenomen moeten worden, dan is geen sprake van kortdurend en incidenteel strijdig gebruik.
Dit betekent dat slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden aangenomen dat het omgevingsplan zich niet verzet tegen kortdurend en incidenteel gebruik van gronden. Dit houdt in dat het naast een vergunning op grond van de VFL het ook planologisch geregeld dient te worden: ofwel via een omgevingsvergunning ofwel op aangewezen evenemententerreinen.
In Hollands Kroon zijn er geen evenementen locaties aangewezen in het omgevingsplan. De niet kortdurende – én incidentele evenementen zijn in beginsel dus nergens planologisch toegestaan. Dit maakt dat we aanvragen voor evenementen vanaf 1 januari 2024 geweigerd moeten worden, of er moet voor die evenementen per aanvraag van het omgevingsplan worden afgeweken met een RO-procedure. Een omgevingsvergunning is in dit geval vereist.
2.2.2.2.2. De RO-procedure: een omgevingsvergunning
Als geen sprake is van kortdurend en incidenteel strijdig gebruik op een terrein wat niet voor evenementen in het omgevingsplan is aangewezen, dan is een omgevingsvergunning vereist op grond van artikel 5.1 Omgevingswet. Het toetsingskader voor dit artikel is gelegen in artikel 5.21 Omgevingswet, juncto afdeling 8.1 Besluit kwaliteit leefomgeving. Het evenement mag niet in strijd zijn met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het evenement niet ten koste gaat van beschermede natuurwaarden.
Soms kan er een omgevingsvergunning worden verleend met toepassing van de in het omgevingsplan opgenomen regels inzake de afwijking. Steeds zal dus moeten worden bezien of het omgevingsplan zelf regels bevat, waarmee ten behoeve van evenementen kan worden afgeweken van de gebruiksregels. Is dit het geval dan kan, als aan de voorwaarden van de planregels wordt voldaan, een omgevingsvergunning worden verleend.
Een andere mogelijkheid is door een omgevingsvergunning te verlenen via een buitenplanse omgevingsplan activiteit, als de motivering van het besluit een goede onderbouwing bevat dat het plan bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Een andere vraag is of voor het houden van (grote muziek-) evenement ook een omgevingsvergunning benodigd is voor een milieubelastende activiteit. Een dergelijke vergunning is benodigd op het moment dat het houden van een evenement moet worden aangemerkt als een "inrichting". Bij de beoordeling of hiervan sprake is, wordt in de jurisprudentie de duur (inclusief op- en afbouw van het evenement), de omvang (aantal podia) en de frequentie (bijvoorbeeld jaarlijks terugkerend op dezelfde dag) van het evenement van belang geacht. Is slechts sprake van een kortdurend evenement en vindt dit evenement niet jaarlijks op dezelfde dag plaats, dan wordt een evenement doorgaans niet aangemerkt als een inrichting in de zin van artikel 1.1 van de Wet milieubeheer.
Voor sommige evenementen zal mogelijk, naast een omgevingsvergunning voor het gebruiken van de gronden in strijd met het omgevingsplan, ook een omgevingsvergunning benodigd zijn voor een andere activiteit genoemd in artikel 5.1 Omgevingswet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een aanlegvergunning. Indien het nodig is dat ten behoeve van het evenement nieuwe paden moeten worden aangelegd, kan het zijn dat hiervoor een aanlegvergunning is vereist.
2.2.2.2.3 Ruimtelijke relevante aspecten
Bij de beoordeling van de omgevingsvergunning spelen fysieke leefomgeving relevante aspecten. Deze aspecten dienen in de belangenafweging meegenomen te worden. Dit houdt in dat bij strijdigheid met het omgevingsplan gemotiveerd dient te worden waarom deze belangen ondergeschikt zijn aan het houden van een niet kortdurend en – incidenteel evenement. Deze belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4 Awb is onderdeel van de deugdelijke motivering (artikel 3:46 ben 3:47 Awb) van de omgevingsvergunning.
2.2.2.2.4 Geluidshinder
In de praktijk zie je dat vooral het aspect geluid c.q. hinder voor discussie zorgt. Bij de beoordeling van de aanvraag om omgevingsvergunning zal onderzocht moeten worden hoe de geluidhinder als gevolg van het evenement zich verhoudt met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Aan een omgevingsvergunning zullen om die reden veelal geluidvoorschriften worden verbonden. Het oordeel dat hinder onaanvaardbaar is, is veelal afhankelijk van het antwoord op de vraag of het college aan de belangen die zijn gediend met de activiteit die dit geluid veroorzaakt redelijkerwijs doorslaggevend gewicht heeft kunnen toekennen. Naast voorschriften over geluid kunnen ook andere voorschriften aan de omgevingsvergunning worden verbonden. Dit kunnen bijvoorbeeld voorschriften zijn ter voorkoming van nadelige gevolgen voor de in de omgeving van het evenement aanwezige flora- en fauna.