Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.4.

Wie verantwoordelijk voor de aanvraag?

Onderdeel van Evenementenbeleid 2024

Het ligt primair op de weg van de organisator om te bepalen of een natuurtoestemming is benodigd en, zo ja, of de procedures separaat zullen worden doorlopen of niet. De aanhaakplicht vereist daarbij echter wel oplettendheid van het college. Wanneer de aanvrager alleen een omgevingsvergunning aanvraagt, en indien op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd ook een grond van de Wnb verboden handeling inhoudt, heeft het college namelijk een onderzoeksverplichting. Het zorgvuldigheidsbeginsel als bedoeld in artikel 3:2 Awb komt hier om de hoek kijken.2Het zorgvuldig voorbereiden van besluiten vereist dat het bestuursorgaan actief relevante gegevens verzamelt en actief onderzoekt welke feiten en belangen een rol moeten spelen bij de besluitvorming. In het bijzonder geldt dit voor besluiten die spontaan, zonder dat daar een aanvraag aan ten grondslag ligt, worden genomen. In geval van een aanvraag, mag in de regel van de aanvrager worden verwacht dat hij de vereiste gegevens en bescheiden zelf aanlevert. Zijn er echter derdebelanghebbenden bij de aanvraag betrokken, dan is een meer actieve opstelling van het bestuursorgaan vereist, omdat derden vaak niet van de aanvraag op de hoogte zijn. Het onderzoek moet voldoende zijn en de methode van onderzoek voldoende deugdelijk. Een methode van onderzoek die geen volledige zekerheid biedt is uitsluitend toegestaan wanneer de geadresseerde van het besluit vooraf voldoende ruimte krijgt zich te verweren. Uit jurisprudentie volgt dat wanneer de gevraagde omgevingsvergunning wordt verleend zonder dat dit onderzoek is uitgevoerd er een zorgvuldigheidsgebrek kleeft aan het besluit. Het is overigens goed om voor ogen te houden dat, in het geval dat de (gebrekkige) omgevingsvergunning onherroepelijk wordt, de initiatiefnemer (wel) in strijd met de Wnb handelt als deze niet over de op grond van die wet benodigde toestemming beschikt. Een onoplettend college vormt voor de organisator dus geen rechtvaardiging om niet over de benodigde natuurtoestemming te beschikken.3In de uitspraak van 13 februari 2020 van de rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2020:965)oordeelde de rechtbank bijvoorbeeld dat het college in het kader van de vergunningverlening voor een omgevingsvergunning onvoldoende onderzoek had verricht om aan te nemen dat geen natuurvergunning nodig is voor gebiedsbescherming, zodat het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning door de rechtbank werd vernietigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel