**1..** Een lid van de raad kan het college of de burgemeester mondelinge vragen stellen.
**2..** De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin onderwerpen aan de orde worden gesteld.
**3..** De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college en voor de overige leden van de raad.
**4..** Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
**5..** Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
**6..** Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
**7..** Het college kan in het kader van de actieve informatieplicht conform artikel 169 gemeentewet mondeling mededelingen doen aan de raad. De mededeling wordt vooraf aangemeld bij de voorzitter en de griffier. Na mededeling door het college heeft de raad de mogelijkheid hierover vragen te stellen.
**8..** Tijdens het onderwerp “vragen en mededelingen” worden in beginsel geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 4
Artikel 48
Vragen en mededelingen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en de door de raad ingestelde commissies