Naar hoofdinhoud
De Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) regelt het specifiek toekennen van bevoegdheden aan toezichthouders. Het betreft de in de artikelen 5:15 tot en met 5:19 Awb opgenomen bevoegdheden. Toezichthouders, als bedoeld in afdeling 5:2 van de Awb, mogen op grond van hun aanstelling plaatsen betreden (met uitzondering van woningen), inlichtingen vorderen, personen vorderen inzage te geven in hun identiteitsbewijs en hebben recht op inzage in zakelijke gegevens en bescheiden en het nemen van afschriften daarvan. Bovendien kunnen toezichthouders op basis van artikel 5.20 van de Awb een ieder verplichten medewerking te verlenen bij de uitoefening van hun bevoegdheden als die medewerking redelijkerwijs gevorderd kan worden. Het opzettelijk niet voldoen aan deze vordering is strafbaar gesteld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel