Naar hoofdinhoud
1.. Indien een bedrijf voor een periode van vijf jaar aaneengesloten een bedrijfsparkeervergunning heeft gekregen, terwijl het bedrijf op grond van de parkeerverordening en deze beleidsregel hier geen recht op had wordt een overgangsperiode gehanteerd. 2.. Voor de aaneengesloten periode van vijf jaren wordt uitgegaan van de datum voorafgaand aan de aanvraag. 3.. De aanvrager van een bedrijfsparkeervergunning wordt middels een zienswijze in de gelegenheid gesteld om aan te tonen dat het bedrijf minimaal vijf jaren een bedrijfsparkeervergunning heeft ontvangen. 4.. Indien de aanvrager van de bedrijfsparkeervergunning kan aantonen dat het bedrijf ten minste vijf jaren een bedrijfsparkeervergunning heeft ontvangen wordt een overgangsperiode gehanteerd. 5.. De overgangsperiode geldt voor één jaar en ziet op aanvragen voor het jaar 2024. 6.. Aanvragen na een overgangsperiode van één jaar worden beoordeeld met inachtneming van de parkeerverordening en deze beleidsregels. 7.. Deze overgangsperiode is alleen van toepassing op bedrijfsparkeervergunningen.

Rechtspraak bij dit artikel