De eigenaar draagt op de tijdelijke ligplaats de kosten zoals die ook op de oorspronkelijke ligplaats golden. Denk hierbij aan gebruik van elektra, water, gas, precario etc.
De woonbooteigenaar is voor het gebruik van de tijdelijke ligplaats (inclusief de inrichting zoals steigers, vlonders, meerpalen en andere vaste afmeervoorzieningen, de nutskasten, etc.) aan de gemeente geen andere vergoeding verschuldigd dan de gebruikelijke precario.
In het geval van het ontstaan van een dubbele belastingplicht of andere dubbele heffingen als gevolg van de tijdelijke verplaatsing vergoedt de gemeente het meerdere aan de eigenaar.
Indien de woonbooteigenaar andere kosten maakt dan in dit protocol genoemd, treedt de eigenaar hierover voorafgaand aan de verplaatsing in overleg met de gemeente. Ten aanzien van elk van deze kosten wordt gezamenlijk vastgesteld wie de verantwoordelijkheid draagt. Als de kosten ontstaan uit de wens van een bewoner om de verplaatsing aan te grijpen om te verbouwen of omdat een aspect aan de woonboot niet conform regelgeving was, dan zijn de kosten voor de woonbooteigenaar.
Indien de eigenaar van mening is, dat hij schade lijdt of nadeel ondervindt vanwege de verandering van de waarde in het economisch verkeer van enkel de woonboot ten gevolge van de verplaatsingen en/of de waarde in het economisch verkeer van de heringerichte ligplaats (zonder woonboot) ten opzichte van de huidige ligplaats (zonder woonboot), dan dient de eigenaar zelf de benodigde stappen te nemen voor de vergoeding van die schade / dat nadeel, middels de daarvoor bestaande procedures8Bij schade veroorzaakt door de gemeente kunnen twee soorten vergoedingen worden verkregen, namelijk nadeelcompensatie en/of een schadevergoeding. Meer informatie hierover is te vinden op www.amsterdam.nl/veelgevraagd.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.10
Artikel 5.10.1
Aanvullende afspraken kosten
Onderdeel van Protocol tijdelijke verplaatsing woonboten Amsterdam