Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels vast te stellen over:
het aan een vergunning verbinden van voorwaarden en voorschriften als bedoeld in artikel 4, tweede lid;
het voor bepaalde tijd verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 4, derde lid;
de toepassing van de weigeringsgronden van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, b en d;
de toepassing van de weigeringsgronden van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, b en d.