12.1 Jeugdwet
12.1.1 Artikel 8.1.4, eerste lid, Jeugdwet is van overeenkomstige toepassing op een beslissing aangaande zorg in natura.
12.1.2 Als het college een beslissing op grond van artikel 8.1.4, eerste lid sub a van de Jeugdwet heeft ingetrokken of herzien, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde terugvorderen van de te veel of ten onrechte genoten individuele voorziening.
12.1.3 Als de voorziening aan de jeugdige en zijn ouders is toegekend, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de te veel of ten onrechte genoten individuele voorziening.
12.2 Wmo 2015
12.2.1 Onverminderd artikel 2.3.10 van de Wmo 2015 kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wmo 2015 herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget is aangewezen;
de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten;
de cliënt niet (meer) voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden;
de maatwerkvoorziening zonder toestemming van het college in het buitenland is ingezet
de maatwerkvoorziening door de client is verkocht zonder toestemming van het college.
12.2.2 Een beslissing tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het persoonsgebonden budget niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Voor grote woningaanpassingen geldt dat binnen zes maanden na betaling van het persoonsgebonden budget op verzoek van het college door de cliënt aangetoond moet kunnen worden waar het persoonsgebonden budget aan besteed is. Voor overige voorzieningen geldt dat binnen een maand na betaling van het persoonsgebonden budget op verzoek van het college door de cliënt aangetoond moet kunnen worden waar het persoonsgebonden budget aan besteed is.
12.2.3 Als het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 Wmo 2015 met toepassing van artikel 2.3.10 tweede lid, onder a Wmo 2015 heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget.
12.2.4 In geval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan de geldwaarde van deze voorziening worden teruggevorderd. De aldus ontstane vordering kan worden afgelost door de cliënt maar kan desgewenst worden voldaan door de in eigendom verstrekte voorziening aan het college terug in eigendom over te dragen.
12.2.5 Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening wordt beëindigd of ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggehaald. Aan de vordering kan worden voldaan door de in bruikleen verstrekte voorziening aan het college te retourneren.
12.2.6 Het college kan onder andere uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van een persoonsgebonden budget onderzoeken.