14.1 De gemeenteraad geeft het college de opdracht te zorgen voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wetten.
14.2 De gemeenteraad stelt iedere vier jaar een handhavingsbeleidskader vast, waarin beleidsuitgangspunten en -prioriteiten worden aangegeven.
14.3 Het college stelt in opdracht van de gemeenteraad ter nadere uitvoering van de handhaving iedere vier jaar een handhavingsuitvoeringsplan vast met inachtneming van het gestelde in het handhavingsbeleidskader.
14.4 Dit handhavingsuitvoeringsplan omvat in elk geval de wijze van preventie en bestrijding van fraude, oneigenlijk gebruik en misbruik en niet-gebruik van de Jeugdwet en de Wmo 2015 alsmede welke handhavingsinstrumenten daartoe worden ingezet en de wijze waarop deze worden toegepast.
14.5 Het college rapporteert eenmaal per jaar aan de gemeenteraad over de uitvoering, de resultaten en de effecten op het gebied van handhaving in relatie tot de beleidsuitgangspunten en -prioriteiten zoals vastgelegd in het handhavingsbeleidskader.
Artikel 14.
Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik van een individuele voorziening (Jeugdwet en Wmo 2015)
Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Dijk en Waard 2024