3.1 Toegang tot jeugdhulp in de Jeugdwet
3.1.1 Toegang jeugdhulp via de gemeente
3.1.1.1 Jeugdigen en ouders kunnen een aanvraag om een individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college.
3.1.1.2 Het college wijst de jeugdige en/of zijn ouders in de ontvangstbevestiging op de mogelijkheid gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning en het opstellen van een persoonlijk plan.
3.1.1.3 In spoedeisende gevallen treft het college onverwijld een passende voorziening. Het college legt de beslissing omtrent de inzet van hulp in dat geval zo snel mogelijk vast in een beschikking.
3.1.2 Toegang jeugdhulp via andere volgens de Jeugdwet bevoegde verwijzers
3.1.2.1 Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. De jeugdhulpaanbieder doet hierbij onderzoek aan de hand van de stappen die zijn opgenomen in artikel 4 van deze Verordening.
3.1.2.2 Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel en die noodzakelijk is in verband met de tenuitvoerlegging van een machtiging gesloten jeugdhulp. Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van een justitiële jeugdinrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een jeugdreclasseringsmaatregel.
3.1.2.3 Het college kan het toekennen van de in artikel 3.1.2.1 bedoelde individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vastleggen in een beschikking.
3.2 Toegang tot de Wmo 2015
3.2.1 Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld.
3.2.2 Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen vijf werkdagen.
3.2.3 In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de Wmo 2015 treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.
3.3 Cliëntondersteuning en persoonlijk plan in de Wmo 2015
3.3.1 Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is.
3.3.2 Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger in de ontvangstbevestiging voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015, op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.
3.3.3 Het college wijst de cliënt er in de ontvangstbevestiging op dat hij de mogelijkheid heeft tot het indienen van een persoonlijk plan gedurende zeven dagen na de melding.
Artikel 3.
Toegang tot jeugdhulp of maatwerkvoorziening (Jeugdwet en Wmo 2015)
Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Dijk en Waard 2024