Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Het persoonsgebonden budget (Jeugdwet en Wmo 2015)

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Dijk en Waard 2024

7.1 Leveringsvorm pgb 7.1.1 Het college verstrekt indien daarom is verzocht een persoonsgebonden budget in overeenstemming met het gestelde in art. 8.1.1 van de Jeugdwet of artikel 2.3.6, lid 2 van de Wmo 2015. 7.2 De hoogte van het pgb 7.2.1 De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt als volgt samengesteld. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor professionele hulp bedraagt: maximaal 100% van het referentietarief voor gecontracteerde jeugdhulp of ondersteuning in natura voor een professionele organisatie; maximaal 75 % van het referentietarief voor gecontracteerde jeugdhulp of ondersteuning in natura voor een professional, niet zijnde een professionele organisatie; 7.2.2 Indien het op basis van artikel 6.2.1 vastgestelde persoonsgebonden budget in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp of ondersteuning hiermee bij tenminste één jeugdhulpaanbieder of aanbieder van maatschappelijke ondersteuning kan worden ingekocht. 7.2.3 Het tarief voor een persoonsgebonden budget voor de inzet van het sociaal netwerk bedraagt: 7.2.3.1 Voor de Jeugdwet: begeleiding: € 20,00 per uur 7.2.3.2 Voor de Wmo 2015: hulp bij het huishouden: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. begeleiding: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. 7.2.4 De peildatum van de genoemde bedragen is 1 januari 2024. Bij de vaststelling van het tarief wordt geen rekening gehouden met de opleiding of professionaliteit van degene uit het sociaal netwerk die met het persoonsgebonden budget wordt ingehuurd. 7.2.5 Het college kan de in het kader van deze verordening geldende bedragen voor een of meerdere categorieën persoonsgebonden budgetten indexeren. 7.2.6 De hoogte van een persoonsgebonden budget voor een woonvoorziening is gelijk aan de tegenwaarde van het bedrag dat de gemeente heeft bedongen of zou hebben bedongen indien zij de woonvoorziening zelf zou hebben ingekocht. 7.2.7 Het persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel voor verplaatsingen wordt gebaseerd op de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst compenserende te verstrekken voorziening in natura. De gemeente Dijk en Waard werkt met een leaseconstructie met de zorgleveranciers. Dit vormt de basis voor de hoogte van het persoonsgebonden budget. 7.2.8 Indien een maatwerkvoorziening wordt verstrekt die niet bedoeld is voor woningaanpassingen of hulpmiddelen wordt het persoonsgebonden budget vastgesteld op basis van het programma van eisen en de laagste kostprijs aan de hand van een tweetal offertes. 7.3 Voorwaarden ten aanzien van het betrekken van personen uit het sociaal netwerk 7.3.1 De persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt kan de benodigde hulp of ondersteuning slechts onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk: Op basis van het pgb-plan stelt het college vast of de hulp die de zorgverlener uit het sociale netwerk biedt passend en toereikend is gelet op de problematiek en ontwikkelingsdoelen van de jeugdige of cliënt; De budgethouder kan alleen hulp of ondersteuning betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk voor zover die persoon 18 jaar of ouder is; Bij de beoordeling van inzet vanuit het sociale netwerk moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: De geboden hulp is passend, adequaat en veilig; De hulp wordt niet geboden door een persoon/personen die overbelast is/zijn en het bieden van hulp leidt niet tot overbelasting van de persoon/personen die de hulp bieden; In aanvulling op het derde lid, wordt bij mogelijke inzet van het sociaal netwerk met een pgb onder andere meegenomen of één of meerdere van de volgende omstandigheden aan de orde zijn: de hulp is vooraf niet goed in te plannen; de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn; de hulp moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de jeugdige of cliënt vertrouwd is en goed contact heeft. Indien de hulp of ondersteuning wordt geboden door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de budgethouder, ontvangt diegene het tarief voor inzet van sociaal netwerk; Familieleden in de 1e of 2e graad van de budgethouder behoeven geen Verklaring Omtrent het Gedrag te overleggen. Overige personen uit het sociaal netwerk dienen wel een Verklaring Omtrent het Gedrag te overleggen die niet ouder is dan twaalf maanden; [vervallen] De hulpverlener uit het sociale netwerk is verplicht vermoedens van Huiselijk Geweld en Kindermishandeling te melden; Bij de inzet van een persoon uit het sociale netwerk kan door het college advies worden opgevraagd bij een extern bureau of de inzet van een informeel zorgverlener passend is; Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de voorwaarden voor inzet van het sociale netwerk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel