Woonvoorzieningen zijn bedoeld om mensen met een handicap in staat te stellen binnen de eigen woonomgeving te functioneren. Iemand kan voor woonvoorzieningen in aanmerking komen wanneer hij door aantoonbare beperkingen belemmeringen ondervindt in het normale gebruik van de woning, wat wil zeggen dat de meest elementaire functies zoals toegang tot de woning, verblijf in de woning en functies als slapen, lichaamsreiniging en het bereiden en gebruiken van maaltijden mogelijk moeten zijn. Hierbij spelen ook aspecten als veiligheid en herkenbaarheid van de woning voor de cliënt een rol.
Onder het normale gebruik van de woning worden niet meegerekend: werk-, hobby- of recreatieruimten, een strijk-, droog- of wasmachineruimte. De problemen die iemand ondervindt bij het normale gebruik van de woning moeten door de verstrekking van de woonvoorziening worden opgelost of in ieder geval aanzienlijk worden verminderd. De vormen van de te verstrekken woonvoorzieningen zijn:
**a..** een woonvoorziening in natura;
**b..** een persoonsgebonden budget, te besteden aan een woonvoorziening;
**c..** een financiële tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening.
De gemeente Zwolle onderscheidt de volgende woonvoorzieningen:
**a..** een tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en stoffering;
**b..** woningaanpassingen waarvoor ingrepen van bouwkundige aard noodzakelijk zijn;
**c..** verstrekking van woonvoorzieningen van niet bouwkundige aard.
In de verordening van de gemeente zijn bepalingen opgenomen waarin de voorwaarden beschreven staan waaraan voldaan moet worden wil men voor woningaanpassing in aanmerking komen. In principe is een vergoeding voor woningaanpassing alleen mogelijk indien de cliënt zijn hoofdverblijf heeft in de woning die aangepast moet worden. Een uitzondering kan gemaakt worden als de cliënt zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-instelling en regelmatig een bepaalde woning bezoekt. Het is dan mogelijk deze woning 'bezoekbaar' te maken, wat inhoudt dat de cliënt de woning kan bereiken en de woonkamer en een toilet kan gebruiken.
Woningaanpassingen waarvoor ingrepen van bouwkundige aard noodzakelijk zijn, worden alleen vergoed wanneer er sprake is van aantoonbare beperkingen. Hiermee wordt bedoeld dat het moet gaan om belemmeringen die rechtstreeks het gevolg zijn van lichamelijke en/of psychische beperkingen; iemand kan b.v. moeilijk lopen of bewegen en ondervindt daardoor belemmeringen in het traplopen of bij het douchen. Wanneer voorzieningen bedoeld zijn om bepaalde gezondheidsklachten of ziekteverschijnselen te verminderen of te voorkomen, dan vallen deze niet onder de Wmo. Ook voor belemmeringen die voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte, zelf aangebrachte of verwijderde materialen of middelen wordt geen Wmo-voorziening getroffen. Evenmin is het College gehouden om aanpassingen te verrichten indien deze aanpassingen als algemeen gebruikelijk zijn aan te merken. Hierbij kan worden gedacht aan aanpassingen aan bijvoorbeeld een natte cel, terwijl renovatie daarvan ook zonder de aanwezigheid van beperkingen zou zijn aangewezen. Men kan hierbij b.v. denken aan een bad in (huur)woningen waarin standaard geen bad aanwezig is, tuinhekken of schuttingen die de toegang tot de berging belemmeren of trapleuningen of traphekjes die oorspronkelijk wel in de woning aanwezig waren, maar door de cliënt zijn verwijderd. Als voorbeeld van de consequenties die dit kan hebben, volgt hier een beschrijving van de mogelijkheden die de Wmo biedt voor mensen met COPD. De term COPD is een verzamelnaam voor astma, chronische bronchitis en longemfyseem. In vrijwel alle gevallen hebben COPD-patiënten chronische kortademigheidsklachten. Voor een COPD-patiënt zijn er vele prikkelende stoffen, zowel buiten als binnen de woonomgeving aanwezig, die de klachten kunnen veroorzaken of verergeren, zoals b.v. luchtjes in huis, te hoge vochtigheid van de woning, materiaalkeuze bij de inrichting van de woning. Voor ergonomische beperkingen die het gevolg zijn van COPD kan via de Wmo een oplossing gezocht worden. Een voorbeeld hiervan is dat iemand als gevolg van een COPD-aandoening geen trap kan lopen en daardoor niet op de slaapverdieping kan komen. Via de Wmo kan dan een woonvoorziening, bijvoorbeeld een traplift, worden verstrekt. Bouwkundige voorzieningen die bedoeld zijn om de gewenste COPD-vriendelijke woonomgeving te bereiken, worden gezien als voorzieningen die bedoeld zijn om bepaalde gezondheidsklachten of ziekteverschijnselen te verminderen en niet om ergonomische beperkingen te verminderen. Deze komen daarom niet voor een Wmo-vergoeding in aanmerking. Voorbeelden hiervan zijn:
**a..** centrale verwarming;
**b..** mechanische ventilatie;
**c..** ventilatieroosters;
**d..** dubbele beglazing;
**e..** goede afvoer van verbrandingsgassen;
**f..** verhelpen van vochtproblemen die gebaseerd zijn op problemen van bouwtechnische aard, zoals optrekkend vocht in draagmuren, een vochtige kruipruimte, lekkages e.d.
Ook aspecten van niet bouwkundige aard kunnen leiden tot een meer of minder COPD-vriendelijke omgeving, b.v. de inrichtingselementen van een woning zoals gordijnen, vloerbedekking, huishoudelijke apparaten, dekbedden i.p.v. dekens e.d. Hierbij wordt eerst het criterium algemeen gebruikelijk gehanteerd en niet de ergonomische beperking als basis voor een vergoeding.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.1