Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om de kosten van de bijstand te verhalen overeenkomstig het bepaalde in artikel 61 tot en met 62i van de Participatiewet met uitzondering van artikel 62 sub c en 62f.
Het college sluit voor de berekening van de verhaalsbijdrage, aan bij de bepalingen in het Tremarapport.
Verhaal van uitkering, die ten behoeve van een ten laste komend kind wordt verstrekt, geschiedt naar draagkracht van de onderhoudsplichtige, tot de maximale behoefte van het kind en rekening houdend met de zorgkorting, voor zover deze niet hoger is dan de netto verstrekte bijstand.
Toelichting op het artikel.
In sommige gevallen kan de gemeente de uitkering die aan de debiteur is betaald of nog moet worden betaald, ook van een ander terugvragen.
Of een onderhoudsplichtige kan bijdragen in de kosten van bijstand zal blijken uit ene draagkrachtberekening. Het vaststellen van de draagkracht gebeurt volgens de zogenaamde Tremanormen en voor zover deze niet hoger is dan de netto verstrekte bijstand.
De gemeente vraagt in een aantal situaties verstrekte bijstand niet terug aan derden. Een van die situaties is wanneer iemand zijn onderhoudsplicht onvoldoende nakomt ten behoeve van zijn meerderjarig kind die van de gemeente bijzondere bijstand ontvangt. Andere situaties waar de gemeente de kosten van bijstand niet verhaald is in het geval van schenking en nalatenschap. In het geval van schenking dient mede gelet op alle omstandigheden aannemelijk te zijn dat de schenker niet heeft kunnen voorzien dat er noodzaak voor bijstand zou optreden. In het geval van nalatenschap wordt afgezien van verhaal als er nog geen besluit tot terugvordering is genomen of bijstand is verleend aan de overleden in de vorm van een geldlening of een borgstelling is verleend.
HOOFDSTUK 6.
Artikel 19.
Bevoegdheid tot het verhalen van bijstand
Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering en Invordering, Boete en Verhaal Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Heerlen 2023