Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 2.

Algemene bepalingen met betrekking tot TIBV

Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering en Invordering, Boete en Verhaal Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Heerlen 2023

Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot: het opschorten, herzien of intrekken van het besluit tot toekenning, ingevolge artikel 54, derde en vierde lid Participatiewet en artikel 17, derde en vierde lid van de Ioaw en Ioaz, indien de uitkering ten onrechte, dan wel tot een te hoog bedrag is verleend; het terugvorderen, zoals dit haar toekomt op grond van; artikel 58 tweede lid en artikel 59 van de Participatiewet; en artikel 12, tweede lid, onderdeel c, artikel 39, eerste lid onderdeel a onder 3, artikel 39, tweede lid en artikel 41, vierde en vijfde lid Bbz; en artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de Ioaw en Ioaz; het verrekenen van de bijstand zoals dit haar op grond van artikel 58, vierde lid van de Participatiewet, en ook artikel 25 vierde lid van de Ioaw en Ioaz toekomt; het verrekenen van de vordering van de Participatiewet, Ioaw- of Ioaz-uitkering zoals dit haar op grond van artikel 60, derde lid Participatiewet, en ook artikel 28, derde lid Ioaw of Ioaz toekomt; het bruteren van de vordering die is ontstaan door gebruik te maken van de onder b genoemde bevoegdheden, bij niet tijdige betaling, tenzij de vordering of niet tijdige beta-ling geheel of gedeeltelijk aan het college zelf is te wijten én de belanghebbende niet kan worden verweten dat hij de vordering niet al heeft voldaan in het kalenderjaar waarin deze is ontstaan. het invorderen van de vordering via een dwangbevel, zoals dit haar op grond van artikel 60, tweede lid van de Participatiewet en ook artikel 28, eerste lid Ioaw en Ioaz toekomt; en het verhalen van kosten van de uitkering, zoals bedoeld in paragraaf 6.5 van de Participatiewet. De bevoegdheden genoemd in eerste lid, onderdelen a tot en met g gelden voor het college als algemene verplichtingen onder voorbehoud van de in deze beleidsregels beschreven uitzonderingen. Toelichting op het artikel. Stap één in het proces om uitkering of bedrijfskapitaal terug te vorderen, is het nemen van een terugvorderingsbesluit. In dat besluit staat tot welk bedrag de uitkering, de lening of het bedrijfskapitaal wordt teruggevorderd, wat de reden is van de terugvordering en op welke wettelijke grond dat is gebaseerd. Ook staat er in binnen welke termijn er betaald moet worden. De volgende stap is het nemen van een incassobesluit. Dit is een besluit over de manier waarop de vordering terugbetaald moet worden. De wetgever heeft bepaald dat de gemeente een uitkering kan terugvorderen als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Als het om bijstand gaat, staan die voorwaarden in artikel 58 van de Participatiewet. Een vergelijkbare bepaling is opgenomen in artikel 25 van de IOAW en de IOAZ. Verder staan in het Bbz nog enkele voorwaarden voor terugvordering van een uitkering en bedrijfskapitaal aan zelfstandigen. Bedrijfskapitaal kan een lening zijn of een bedrag ‘om niet’. Dit betekent dat het bedrag in principe niet terugbetaald hoeft te worden. Om te kunnen terugvorderen en de vordering te incasseren, maakt de gemeente gebruik van andere bevoegdheden. De gemeente: trekt de uitkering in of herziet de uitkering, als dat nodig is om die uitkering terug te vorderen; verrekent de vordering met een uitkering van de gemeente of met een andere vordering die de inwoner op de gemeente heeft; en verhoogt de vordering met de loonbelasting en premies volksverzekeringen, die de gemeente moet inhouden als het om een uitkering gaat (dit heet bruteren); gebruikt voor beslaglegging op inkomen een dwangbevel dat, waar dat mogelijk is, per post wordt verstuurd. Dit heet een vereenvoudigd derdenbeslag; brengt de kosten van het leggen van beslag (in geval een deurwaarder moet worden ingezet) in rekening bij de debiteur; en verhaalt de vordering op bezittingen van de debiteur die gedekt zijn door pand- en hypotheekrechten ten gunste van de gemeente. De gemeente mag deze bezittingen dan verkopen om de vordering te kunnen incasseren. De gemeente vordert een deel van de uitkering terug als een ontvanger van bijstand te veel of ten onrechte uitkering heeft ontvangen vanwege verkeerde informatie. De gemeente vordert dan alleen het bedrag terug dat de debiteur te veel aan uitkering zou hebben gekregen als hij op tijd de juiste informatie had gegeven. Gaat het om een terugvordering omdat de debiteur verkeerde informatie heeft gegeven over zijn vermogen? Dan vordert de gemeente alleen het bedrag terug waarmee de vermogensgrens uit de Participatiewet is overschreden. Wanneer vordert de gemeente bedrijfskapitaal terug? In het BBZ staat dat de gemeente bedrijfskapitaal aan zelfstandigen kan terugvorderen als aan een aantal voorwaarden is voldaan. De gemeente heeft besloten om in die gevallen terug te vorderen en maakt daarbij gebruik van de bevoegdheden die in artikel 2.1 staan. De gemeente vordert bedrijfskapitaal in de vorm van een lening en verschuldigde rente ook terug als: de debiteur uitstel van betaling voor rente en aflossing heeft gekregen en na die periode van uitstel niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen; de debiteur uitstel van betaling voor rente en aflossing heeft en na die periode van uitstel wel aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. In dat geval vordert de gemeente de achterstallige rente- en aflossingsbedragen terug. Over dat bedrag moet de debiteur wettelijke rente betalen als de debiteur die betalingsachterstand kan worden verweten; de debiteur zijn bedrijf of zelfstandig beroep geheel of gedeeltelijk overdraagt aan een ander of met dat bedrijf of beroep stopt; de debiteur failliet wordt verklaard, in surseance van betaling verkeert of toegelaten is tot de wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP); één van de partners waarmee de debiteur het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent, of de rechtspersoon van de debiteur failliet wordt verklaard, in surseance van betaling verkeert of toegelaten is tot de WSNP; de debiteur het bedrijfskapitaal niet besteedt aan de overeengekomen bestemming; of als de debiteur is overleden. Uitzonderingen. Het uitgangspunt is, dat de gemeente een uitkering of bedrijfskapitaal terugvordert dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt. Maar er zijn uitzonderingen denkbaar. Hieronder staan de uitzonderingen beschreven. Voordat de gemeente een terugvorderingsbesluit neemt, onderzoekt de gemeente of er aanleiding is om helemaal of gedeeltelijk af te zien van terugvordering. De gemeente geeft de ontvanger van bijstand de mogelijkheid om informatie te geven die daarvoor van belang kan zijn. Bij het nemen van een terugvorderingsbesluit houdt de gemeente in ieder geval rekening met de volgende factoren: de persoonlijke situatie van de belanghebbende; de financiële situatie; de werksituatie; en de kans op een hoger inkomen. Diegene die ten onrechte bijstand heeft ontvangen moet over deze factoren informatie geven, anders kan de gemeente hier geen rekening mee houden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel