Naar hoofdinhoud
Het college start de invordering gelijktijdig met de afgifte van het besluit tot terugvordering en/of het besluit boeteoplegging en hanteert daarbij de in artikel 4:87 van de Awb genoemde betalingstermijn van zes weken. Toelichting op het artikel. De gemeente informeert de debiteur per brief over het besluit om een uitkering of bedrijfskapitaal terug te vorderen of om een boete op te leggen. Daarbij wordt hem een wettelijke termijn van zes weken gegeven om de vordering te betalen. In de brief van de gemeente staat ook op welke manier de debiteur de vordering moet betalen. Dat onderdeel heet het incassobesluit. In het incassobesluit staat in ieder geval: hoe hoog de vordering is; de verplichting om de vordering binnen zes weken in een keer te betalen; wanneer de betalingsverplichting ingaat; dat de debiteur binnen zes weken een betalingsvoorstel kan doen; dat de vordering meteen wordt verrekend met een uitkering of vordering van de debiteur op de gemeente, als dat mogelijk is; wat de gemeente doet als de debiteur de betalingsverplichting niet nakomt; hoe de gemeente haar vorderingen incasseert; en dat de betalingsverplichtingen van de debiteur niet aangepast worden als de debiteur nieuwe schulden maakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel