Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Beoordelingsregels aansluitvergunning

Onderdeel van Verordening aansluitvoorwaarden riolering Voorne aan Zee 2023

1.. Burgemeester en wethouders verlenen alleen een aansluitvergunning: als ter plaatse een gemengd of gescheiden rioolstelstel aanwezig is: voor de afvoer van cluster A afvalwater; als ter plaatse een hemelwaterriolering onder vrijverval of een gemengd stelsel aanwezig is en de lozer zich op geen enkele andere doelmatige wijze van hemelwater kan ontdoen: voor de afvoer van hemelwater; als ter plaatse een drukrioolstelsel aanwezig is: voor de afvoer van cluster A afvalwater, niet zijnde hemelwater en grondwater; of voor de afvoer van cluster B, C en D afvalwater, als de afvoer geen enkele belemmering vormt, ook niet in de toekomst, voor de goede werking van de riolering, waaronder het hydraulisch functioneren en het handhaven van een goede kwaliteit van de rioleringsonderdelen. 2.. Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning in ieder geval, indien naar hun oordeel de aansluiting of wijziging van een perceelaansluitleiding of blokriolering op de gemeentelijke riolering vanwege technische, juridische, hydraulische, milieutechnische of economische redenen bezwaarlijk is. 3.. Een aansluiting of wijziging van een aansluiting op de gemeentelijke riolering is in ieder geval bezwaarlijk indien: rechthebbende niet voldoet aan de regels bij of krachtens deze verordening; de aansluiting een lozing voor afvalwater of bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Omgevingswet een vergunning benodigd is, maar waarvoor deze niet is verleend, of waarbij niet aan de geldende regels is voldaan; de perceelaansluitleiding of blokriolering met de binnenzijde van de onderkant van de buis ter plaatse van de aansluiting op de gemeentelijke riolering niet hoog genoeg boven de gemeentelijke riolering uitkomt; de aanvraag betrekking heeft op het aansluiten van niet verontreinigd grondwater of bronneringswater dat met een retourbemaling in de bodem, of zonder bezwaar naar het oppervlaktewater kan worden afgevoerd; de aanvraag betrekking heeft op het aansluiten van drainagewater, bronneringswater of hemelwater op een gemeentelijk drukrioolstelsel; de aanvraag betrekking heeft op het aansluiten van bedrijfsafvalwater met een hoeveelheid van meer dan 0,5 m3/uur/ha; de aanvraag betrekking heeft op het aansluiten van effluent van een IBA of andersoortige zuiveringsinstallatie; de aanvraag betrekking heeft op het aansluiten van cluster B afvalwater, zonder dat een voorziening bestaande uit een pompput met leidingwerk en een telemetrie-unit naar richtlijnen van burgemeester en wethouders aanwezig is; de aanvraag betrekking heeft op het aansluiten van cluster C afvalwater (eventueel in combinatie met cluster A of B afvalwater) zonder dat een voorziening aanwezig is conform het derde lid h met toevoeging van een goed werkende (rioolwater)buffer van minimaal 50 m3/ha waarmee, te allen tijde, minimaal 24 uur gebufferd kan worden en een voorziening (telemetrie-unit) om geprioriteerd te kunnen lozen; de perceelsaansluitleiding niet voldoet aan de technische richtlijnen van de gemeente die zijn vastgesteld door Burgemeester en Wethouders; de aanvraag betrekking heeft op het aansluiten van cluster D afvalwater, zonder dat maatwerkoverleg met de gemeente is gevoerd; de aanvraag betrekking heeft op het aansluiten van afvalwater dat zwevende, vaste, of andere verontreinigende stoffen bevat die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de goede werking van de riolering en voor de doelmatige werking van de openbare zuiveringstechnische werken; de aanvraag betrekking heeft op het aansluiten van afvalwater dat, vanwege de aard daarvan, de gemeentelijke riolering kan aantasten; of een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Omgevingswet voor het aan te sluiten perceel is geweigerd.

Rechtspraak bij dit artikel