Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Velverbod overig

Onderdeel van Bomenverordening Vlaardingen 2023

1.. Naast het verbod in artikel 3 is het verboden zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2. eerste lid, onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, houtopstand te vellen. Het verbod geldt voor de volgende houtopstanden: boom met een stamdiameter van meer dan 20 cm gemeten op 1.30 m hoogte boven het maaiveld; houtopstand aangeplant op grond van artikel 10 en 12 van deze verordening; houtopstand aangeplant op grond van een overeenkomst met de Gemeente Vlaardingen, met oog op herplantcompensatie. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: een boom met een stamdiameter van meer dan 20 cm gemeten op 1.30 m hoogte boven het maaiveld in private eigendom op een perceel van in totaal minder dan 250 m2, waarbij woning of woongebouw met voor-, achter- en/of zijtuin een eenheid vormen. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet, of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag of burgemeester, onverminderd de mogelijkheid tot het opleggen van verplichtingen als in artikel 12 van deze verordening; het periodiek snoeien, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vorm- en knotbomen; dunning van houtopstanden; velling van dode of niet meer te herstellen houtopstand in eigendom van de gemeente waarvan de toestand door een boomdeskundige is vastgesteld, onverminderd de mogelijkheid tot het opleggen van verplichtingen als in artikel 12 van deze verordening; noodkap mits de burgemeester voor het vellen toestemming heeft verleend, onverminderd de mogelijkheid tot het opleggen van verplichtingen als in artikel 12 van deze verordening. 3.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor: fruitbomen, mits geen hoogstamfruitbomen; windschermen om in werking zijnde boomgaarden; naaldbomen, niet ouder dan 20 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen; kweekgoed; uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: ten minste eens per 10 jaar worden geoogst; bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan 2 m, en zijn aangelegd na 1 januari 2013. 4.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet buiten de bebouwde kom voor: houtopstanden indien zij staan in een zelfstandige eenheid van: 10 are of meer; of rijbeplanting van meer dan 20 bomen gerekend over het totaal aantal rijen, en alle overige houtopstanden, die niet vallen onder sub a.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel