Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.6

Artikel 43

Hoogte boete

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels P-wet, IOAW, IOAZ en Bbz 2015

1. . De hoogte van de boete wordt in ieder individueel geval afgestemd op de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van het geval. 2. . De hoogte van de boete wordt in beginsel vastgesteld op: 100% van het benadelingsbedrag indien de belanghebbende met opzet de verplichting heeft geschonden; 75% van het benadelingsbedrag indien er sprake is van grove schuld bij het overtreden van de verplichting; 50% van het benadelingsbedrag in alle overige gevallen, anders dan die bedoeld onder sub a of b van dit lid dan wel lid 3 of 4 van dit artikel. 3. . Bij verminderde verwijtbaarheid zoals bedoeld in artikel 2a, lid 2 onder a en b van het Boetebesluit socialezekerheidswetten en bij verminderde dan wel gedeelde verwijtbaarheid zoals bedoeld in artikel 42 onderdeel b en c van deze beleidsregels, wordt de bestuurlijke boete in beginsel vastgesteld op 25% van het benadelingsbedrag. 4. . Indien er sprake is van verminderde verwijtbaarheid als bedoeld in artikel 2a, lid 2 onder c van het Boetebesluit socialezekerheidswetten, stelt het college de boete vast op: 10% van het benadelingsbedrag indien belanghebbende alsnog de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding 1 maanden of langer heeft voortgeduurd; 20% van het benadelingsbedrag indien belanghebbende alsnog de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding 3 maanden of langer heeft voortgeduurd; 5. . Lid 4 is niet van toepassing indien de belanghebbende de inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van de inlichtingenverplichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel