Het doel is om fraudesignalen in een vroeg stadium te signaleren, zodat hierop direct adequaat gereageerd kan worden. Met vroegtijdig ingrijpen blijft de (financiële) schade voor zowel de klant als de gemeente zoveel mogelijk beperkt.
In het kader van signaalsturing worden alle inkomende signalen op relevantie beoordeeld en zo nodig nader onderzocht.
Het college kan in haar onderzoek gebruik maken van verschillende instrumenten:
consult;
de combinatie dossieranalyse, verificatie en validatie;
waarneming ter plekke;
confrontatie;
huisbezoek.
In eerste instantie wordt altijd gekozen voor het instrument dat enerzijds adequaat is en daarnaast de kleinste inbreuk maakt op de levenssfeer van de klant.
Indien dat nodig wordt geacht, kan opgeschaald worden naar een zwaarder instrument.
Als er uit een doelmatigheidsonderzoek een fraudesignaal naar voren komt, is dit reden om een onderzoek naar de rechtmatigheid van de uitkering op te starten.
De fraudealertheid van de medewerkers wordt bevorderd door regelmatig terugkerende activiteiten in het kader van deskundigheidsbevordering.
Het college maakt gebruik van de faciliteiten van Stichting Inlichtingenbureau voor bestandsvergelijkingen.
Het college zet het instrument huisbezoek in wanneer dit noodzakelijk is voor het vaststellen van het (voortgezet) recht op bijstand.
Het college kan een belanghebbende een huisbezoek aanbieden wanneer er onduidelijkheid is over de leefvorm van de belanghebbende.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 47
Vroegtijdige detectie en afhandeling
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels P-wet, IOAW, IOAZ en Bbz 2015