Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.2.2

Artikel 1.16

Toepassingsbereik

Onderdeel van TAM-voorbereidingsbesluit Bodem Haarlemmermeer

1.. Deze paragraaf geldt voor het kleinschalig graven in de bodem, bedoeld in artikel 22.127 van het omgevingsplan. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op: het tijdelijk uitnemen bij graafwerkzaamheden in een tuin bij een woning, als de uitgenomen grond wordt teruggeplaatst in die tuin; of het tijdelijk uitnemen in een bodemvolume tot 1 m3 in overige situaties, als de uitgenomen grond wordt teruggeplaatst op of nabij het ontgravingsprofiel. 3.. In deze paragraaf wordt verstaan onder: interventiewaarden bodemkwaliteit: de waarden, opgenomen in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving; grond: grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit; partij: hoeveelheid materiaal die volgens de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit gestelde regels als partij wordt aangemerkt; locatie die is beschikt als ernst, geen spoed: locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is; en afdeklaag: afdeklaag als bedoeld in artikel 4.1241 van het Besluit activiteiten leefomgeving of een isolatielaag die is aangebracht onder het voormalige Besluit uniforme saneringen of op grond van een saneringsplan of nazorgplan onder de voormalige Wet bodembescherming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel