Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.2.1

Artikel 1.7

Toepassingsbereik

Onderdeel van TAM-voorbereidingsbesluit Bodem Haarlemmermeer

1.. Deze paragraaf geldt voor het kleinschalig graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit, als het bodemvolume waarin wordt gegraven 25 m3of minder is. 2.. Het kleinschalig graven in de bodem als bedoeld in het eerste lid omvat ook: het zeven van de uitkomende grond op dezelfde locatie; het tijdelijk opslaan van grond; en het terugplaatsen van grond na afloop van tijdelijk uitnemen. 3.. Het eerste lid is niet van toepassing op: het graven in de waterbodem; het tijdelijk uitnemen bij graafwerkzaamheden in een tuin bij een woning als de uitgenomen grond wordt teruggeplaatst in die tuin; of het tijdelijk uitnemen in een bodemvolume tot 1 m3 in overige situaties als de uitgenomen grond wordt teruggeplaatst op of nabij het ontgravingsprofiel. 4.. In deze paragraaf wordt verstaan onder: interventiewaarden bodemkwaliteit: de waarden, opgenomen in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving; grond: grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit; partij: hoeveelheid materiaal die volgens de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit gestelde regels als partij wordt aangemerkt; en locatie die is beschikt als ernst, geen spoed: locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel