Bij het werken in grond moet de werkgever voor de uitvoeringsfase een V&G-plan (Veiligheid & Gezondheid) maken. De CROW 400-richtlijn voor veilig en risicogestuurd werken in en met verontreinigde bodem is een veel gebruikte richtlijn om de risico’s te bepalen. De te hanteren veiligheidsklasse mag worden bepaald aan de hand van de 80-percentielwaarde (P80) uit een vastgestelde bodemkwaliteitskaart door deze te toetsen aan de SRCarbo -waarden. Uit de toetsing8Technische rapportage bodemkwaliteitskaart regio IJsselland, 2023, TAUW, kenmerk R001-1291303ROE-V04-mwl-NL, d.d. 27 oktober 2023 blijkt dat de SRC-waarden vele malen hoger zijn dan de P80 van alle zones in de bodemkwaliteitskaart. Er volgt hieruit dus geen veiligheidsklasse. Dit betekent dat alleen de maatregelen die horen bij de basishygiëne van toepassing zijn.
Net als bij grondverzet dient eerst middels vooronderzoek te worden vastgesteld dat gebruik mag worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart voor de betreffende locatie. De NEN 5725 kent hier de onderzoeksaanleiding G: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s.
De te beantwoorden vragen zijn:
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
Welke bodemkwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de kritische parameters?
Is de bodem asbestverdacht?
Is er een vermoeden dat op basis van beschikbare voorinformatie werkzaamheden plaatsvinden binnen een geval van ernstige bodemverontreiniging?
Is de bodem sterk verontreinigd (boven interventiewaarde)?
Mocht uit het vooronderzoek, of vanwege zintuiglijke waarnemingen in het veld, blijken dat de kaart niet representatief is, dan vervalt de geldigheid van de bodemkwaliteitskaart alsnog en dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Indien de kaart wel kan worden gebruikt dan dienen de P80 van de zone te worden vergeleken met de SRCarbo -waarden, hiervoor dient dan geen aanvullend onderzoek plaats te vinden in de vorm van monstername en analyse.
Opgemerkt wordt dat sommige locaties zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Daarmee is de kaart voor die locaties ook niet geschikt voor het bepalen van de veiligheidsklasse. Indien er vanuit het voorgenomen grondverzet geen aanleiding is voor onderzoek (bijvoorbeeld bij tijdelijke uitname) dient dan alsnog onderzoek plaats te vinden ter bepaling van de veiligheidsklasse.
Bij het aantreffen van asbest in of op de bodem tijdens de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met speciale maatregelen die moeten worden getroffen in het kader van de Wet bodembescherming en het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.2
Veiligheidsklasse conform CROW 400
Onderdeel van Nota bodembeheer Regio IJsselland