Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3

Artikel 4.3.1

Asbest

Onderdeel van Nota bodembeheer Regio IJsselland

Asbesthoudend materiaal is bodemvreemd materiaal en mag volgens de regels slechts sporadisch in de grond aanwezig zijn (zie paragraaf 3.2). Voor asbest is geen Achtergrondwaarde vastgesteld omdat de interventiewaarde (100 mg/kg ds gewogen) reeds op het niveau van het verwaarloosbaar risico ligt. De streefwaarde voor grond is komen te vervallen en grond met gehalten asbest onder de interventiewaarde mag worden beschouwd als niet verontreinigd. Partijen grond met asbest als bodemvreemd materiaal komen voor. Bij het aantreffen van asbest in (water)bodem dient rekening te worden gehouden met speciale maatregelen die moeten worden getroffen in het kader van de Wet bodembescherming en het Arbeidsomstandighedenbesluit. Als asbest wordt aangetroffen in grond en baggerspecie, dan moet een aanvullend asbestonderzoek conform de NEN 5707 plaatsvinden, waarmee het gehalte aan asbest kan worden vastgesteld. Het toepassen van sterk met asbest verontreinigde grond (met gehalten hoger dan 100 mg/kg ds gewogen) is niet toegestaan. Wanneer de concentraties aan asbest in de grond of baggerspecie lager zijn dan de interventiewaarde geldt binnen de regio IJsselland het volgende: Voor toepassingen van grond of baggerspecie in opdracht van de samenwerkende gemeenten en waterschappen in wegbermen en gebieden met de bodemfunctieklasse wonen of landbouw/natuur is het niet toegestaan zichtbaar met asbest verontreinigde grond toe te passen Bij toepassingen van zichtbaar met asbest verontreinigde grond die niet in opdracht van de samenwerkende gemeenten en waterschappen plaatsvinden wordt geadviseerd dezelfde beschreven werkwijze te volgen

Rechtspraak bij dit artikel