Als advies wordt ingewonnen bij een adviseur, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden.
Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken:
degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en,
als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij:
de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of
de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd.
De adviseur stelt de aanvrager, het bestuursorgaan en de belanghebbenden in de gelegenheid een toelichting op of een standpunt over de aanvraag kenbaar te maken.
Indien dit voor het uitbrengen van het advies nodig is, wordt door de adviseur de situatie ter plaatse bezichtigd. Het tijdstip waarop deze plaatsopneming plaatsvindt wordt bepaald door de adviseur.
Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur binnen twaalf weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een conceptadvies aan de aanvrager, het bestuursorgaan en de belanghebbenden.
De aanvrager, het bestuursorgaan en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het conceptadvies schriftelijk hierop te reageren.
In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur binnen vier weken na het verstrijken van de in het zesde lid bedoelde termijn een advies uit aan het bestuursorgaan, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken.
In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur binnen twee weken na het verstrijken van de in het zesde lid bedoelde termijn een advies uit aan het bestuursorgaan.