Naar hoofdinhoud
1.. Bij de begroting en de jaarstukken worden de baten en lasten per taakveld en de reservemutaties weergegeven onder elk van de programma’s. 2.. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen, per investering, het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven. 3.. In de begroting en de jaarstukken wordt per programma inzicht gegeven in de incidentele baten en lasten groter dan € 100.000. Deze worden voorzien van een toelichting. 4.. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en 21 van het BBV inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie. 5.. In de begroting vindt de uitwerking en actualisering plaats van de uitgangspunten die in de Kadernota door de raad zijn vastgesteld. 6.. In de jaarstukken wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde kredieten weergegeven. 7.. In de jaarstukken legt het college verantwoording af aan de raad over de uitvoering van de begroting. In de programmaverantwoording wordt in ieder geval ingegaan op de in de begroting genoemde kengetallen en/of indicatoren; de realisatie van de genoemde doelstellingen; de realisatie van de genoemde prestaties; de gerealiseerde financiële resultaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel