Armoedebestrijding is gebaseerd op een aantal uitgangspunten, te weten:
De inwoner is probleemeigenaar
Dienstverlening/ hulpverlening begint bij de inwoner zelf. Hij/zij is en blijft de probleemeigenaar.
Dienstverlening is gelijkwaardig
De samenwerkingsrelatie tussen de dienstverlener en de cliënt is gelijkwaardig. De cliënt is de belangrijkste adviseur in de eigen situatie. Hij/zij bepaalt de richting samen met de dienstverlening, waarbij financiële draagkracht vergroting het uitgangspunt is.
Aansluiten bij de mogelijkheden van de cliënt
Welke vorm van hulp wordt ingezet en welke partners daarbij worden betrokken, is – binnen de kaders die de wet- en regelgeving alsook de gemeenten daaraan stellen - afhankelijk van wat de cliënt zelf kan en wil, maar ook van de aard van de problemen die aan de situatie ten grondslag ligt.
Integrale dienstverlening
De integrale aanpak houdt in dat wanneer sprake is van een meervoudige problematiek, er ook gekeken wordt naar ondersteuningsvragen op andere terreinen. Waar nodig wordt doorverwezen naar bijvoorbeeld de Wmo, Participatiewet en de Jeugdwet of naar het maatschappelijk middenveld.
Het (opnieuw) ontstaan van een schulden/ armoedesituatie dient te worden voorkomen
Door aandacht voor preventie en nazorg wordt ernaar gestreefd het (opnieuw) ontstaan van financiële problemen te voorkomen.
Creëren van ontwikkelruimte
Door samen met de cliënt de acute situatie op de meest kort mogelijke manier te stabiliseren (maximaal 6 maanden), creëren wij mentale ontwikkelruimte.
Draagkracht versterken
De zelfredzaamheid van de cliënt kan alleen worden vergroot door de draagkracht duurzaam te versterken. Door het aanleren van nieuwe vaardigheden en het aanleggen van een steunnetwerk wordt de draagkracht van cliënten versterkt.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1
Uitgangspunten
Onderdeel van Gewijzigde Kadernota armoedebestrijding 2021-2024