Burgemeester en wethouders onderscheiden gevoelige bestemmingen, minder gevoelige bestemmingen en niet-gevoelige bestemmingen.
Gevoelige bestemmingen zijn gebieden waar grote aantallen mensen veelal langdurig verblijven. Hiertoe behoren woon- en leefgebieden, ziekenhuizen, verpleeghuizen, scholen, dagverblijven, winkelcentra, dag- en verblijfrecreatie (kampeerterreinen, volkstuinen met verblijfsaccommodatie, recreatiebungalows, drukbezochte recreatieobjecten) en kantoren gevestigd in algemene woon- en leefgebieden (niet op bedrijventerreinen). Daarbij geldt voor nieuwe gevoelige bestemmingen een strengere norm dan voor bestaande situaties.
Minder gevoelige bestemmingen zijn:
agrarische bedrijfswoningen en op bedrijventerreinen gelegen (bedrijfs)woningen;
natuurterreinen, volkstuinen zonder verblijfsaccommodatie, sportterreinen, extensieve recreatieterreinen en vergelijkbare gebieden gekenmerkt door een lage bevolkingsdichtheid en de daar gevestigde bedrijfswoningen, en verspreid liggende (niet aaneengesloten) overige woningen;
bedrijven, kantoren, winkels op bedrijventerreinen tot en met categorie 3 als bedoeld in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering van 2009, bijgevoegd in bijlage 1 bij deze beleidsregel.
Niet gevoelige bestemmingen zijn:
agrarisch buitengebied;
Bedrijven, kantoren en winkels op bedrijventerreinen waarop bedrijven van categorie 4 (als bedoeld in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering van 2009, bijgevoegd in Bijlage 1 bij deze beleidsregel) en hoger zijn toegestaan.
Artikel 2
Onderscheid gevoelige, minder gevoelige en niet-gevoelige Bestemmingen
Onderdeel van Beleidsregel voor de beoordeling van geurhinder